Home | Personen in de Bijbel | Abram | Abram (2)
Abram (1)

Wie was Abram
Abram was een nakomeling van Sem, die de oudste zoon was van Noach. Abram werd geboren bijna 2000 jaar na de schepping van zijn voorvader Adam, de eerste mens. Hij woonde in Ur, een stadje aan de rivier de Eufraat, in het zuid-oosten van het tegenwoordige Irak. Abram trouwde met Sarai, die onvruchtbaar bleek te zijn.

De roeping van Abram
Toen Abram 75 jaar oud was sprak God tegen hem de volgende woorden (Genesis 12 : 1 t/m 3): Trek weg uit je land, verlaat je familie, verlaat ook je naaste verwanten, en ga naar het land dat Ik je zal wijzen. Ik zal je tot een groot volk maken, Ik zal je zegenen, Ik zal je aanzien geven, een bron van zegen zul je zijn. Ik zal zegenen wie jou zegenen, wie jou bespot, zal Ik vervloeken. Alle volken op aarde zullen wensen gezegend te worden als jij.

Het geloof van Abram
Daar moeten we even bij stilstaan: God doet grote beloftes aan Abram, maar daarvoor moest hij wel pijnlijke offers brengen. Zijn leeftijd was nog niet zo’n probleem, omdat de mensen in die tijd nog veel ouder werden dan in onze tijd (zie Genesis 11). God zei:
  • trek weg uit je land
  • verlaat je familie
  • verlaat ook je naaste verwanten
  • ga naar het land dat Ik je wijzen zal.
Het laatste punt lijkt minder moeilijk dan de vorige, maar Abram had geen idee waar hij terecht zou komen. Alles en iedereen verlaten, en waarheen? Maar Abram vertrouwde erop dat God Zijn beloftes zou waarmaken:
  • Ik zal je tot een groot volk maken
  • Ik zal je zegenen
  • Ik zal je aanzien geven
  • een bron van zegen zul je zijn.
Dat rotsvaste vertrouwen op God dat noemen wij geloof. Daarbij moeten we bedenken dat Sarai onvruchtbaar was, terwijl God zei: ik zal je tot een groot volk maken. Hoe dan? Abram heeft erop vertrouwd dat ook dit probleem voor God oplosbaar was.

Om je leven zo radicaal om te gooien, om God te dienen, daar is veel geloof voor nodig. Zeker als je daarvoor al je aardse banden moet verbreken. Gelukkig wordt dat niet van iedereen gevraagd. Maar de vraag voor ons als gelovigen is wel, of wij bereid zijn om voor God een roeping te vervullen, als we daarvoor ook andere verworvenheden moeten opzeggen. Hoe vast zitten wij aan onze aardse positie en relaties? Kunnen wij als het moet nog een stap terug op de ladder van de welvaart en de luxe?

Abram is in de Bijbel de vader van alle gelovigen genoemd (Romeinen 4 : 10 en 11). Wij kunnen ons dat voorstellen, gelet op de roeping die hij kreeg en navolgde. De verleiding is groot om te denken dat Abram een bijzondere, unieke rol in de heilsgeschiedenis heeft moeten spelen, maar dat zoiets van ons toch nooit zal worden gevraagd. Met die gedachte gooi je echter de handdoek in de ring. Abram moet ons juist stimuleren om aan ons geloof te blijven werken, door bidden en bijbellezen. Door dichtbij God te blijven kunnen wij niet verrast worden, als Hij ons roept voor een bepaalde taak. De geschiedenis van Abram laat ons ook zien dat God het (voor ons) onmogelijke mogelijk kan maken.

Abram op weg
Abram hoefde niet álles achter te laten toen hij uit Ur vertrok. Hij nam zijn vrouw Sarai en zijn neef Lot mee en ook al zijn bezittingen, zijn slaven en zijn slavinnen. Abram trok, op aanwijzing van de Heer, naar Kanaän naar het plaatsje Sichem. God beloofde dat Hij dit land aan de nakomelingen van Abram zou geven (Genesis 12 : 6). Via nog enkele plaatsen kwam hij uiteindelijk met zijn gevolg in de Negev-woestijn terecht.

Abram in de fout
Omdat er een hongersnood was ging Abram tijdelijk in Egypte wonen. Maar dan leren we ineens een andere Abram kennen. Abram maakte zich zorgen over zichzelf: Sarai was een mooie vrouw en het risico bestond dat de Egyptenaren hem zouden doden, om Sarai te kunnen trouwen. Hij zei daarom tegen Sarai (Genesis 12 : 13): Zeg daarom dat je mijn zuster bent, dan kom ik er dankzij jou misschien goed vanaf en loopt mijn leven geen gevaar. Maar het kon niet slechter aflopen: de farao (de koning van Egypte) liet Sarai naar zijn paleis overbrengen. Gelukkig greep God Zelf in dmv. zware plagen. Maar de farao was woedend, toen hij hoorde wat Abram hem had aangedaan. Maar Abram kon gelukkig vrij vertrekken uit het land, samen met zijn vrouw en zijn bezittingen.

Abram, de man met zo’n groot geloof, blijkt nu ook een feilbaar mens te zijn. Hoe kan het dat zijn rotsvaste vertrouwen was omgeslagen in angst, angst die hem ertoe bracht zijn vrouw in de vrije verkoop te doen? Zijn eigen leven bleek hem opeens liever dan al het andere. Staat deze (mis)daad niet haaks op zijn blinde vertrouwen, op grond waarvan hij zijn familie en geboortegrond in de steek liet? Waar was nu zijn vertrouwen op God, Die immers voor elk probleem wel een oplossing heeft?

Waarom Abram
Er is alle reden om hier bij stil te staan. We moeten zelfs een stapje terug: waarom heeft God Abram uitgekozen voor deze roeping (en niet iemand anders)? Was dat omdat God zag dat Abram zo’n sterk geloof had? Lag dat aan de “kwaliteit” van Abram’s geloof? Absoluut niet! Uit het vervolg is wel gebleken dat het geloof van Abram ups en downs kende. God heeft Abram niet uitgekozen omdat zijn geloof “beter” zou zijn dan dat van ons. God heeft Abram uitgekozen met het oog op Jezus Christus, van wie Abram een voorvader was. Matteüs 1 : 1: Overzicht van de afstamming van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham (Abram zou later Abraham genoemd worden).

De Bijbel is verder duidelijk over hoe wij naar Abram moeten kijken. Romeinen 4 : 1 t/m 3: Wat moeten wij nu zeggen over onze stamvader Abraham? Indien hij als een rechtvaardige zou zijn aangenomen op grond van zijn daden, dan had hij zich daarop kunnen laten voorstaan. Maar niet tegenover God, want wat zegt de Schrift? Abraham vertrouwde op God, en dat werd hem als een daad van gerechtigheid toegerekend.

En toen het vertrouwen van Abram even weg was, liet God Abram niet vallen. Zijn roeping van Abram doet God gestand. Wij mogen als Gods kinderen fouten maken. En zelfs als we helemaal de weg kwijt zijn, is God er nog en kunnen we altijd naar Hem terug. Wie struikelt helpt God graag weer overeind. Wat zal Abram een spijt hebben gehad van zijn daad. Tussen God en hem is het gelukkig weer helemaal goed geworden. Ook al zou het niet de enige keer zijn dat Abram de fout inging.

God gaat verder met Abram
God gaat Zijn beloften aan Abram verder invullen. Genesis 13 : 14 t/m 16: Nadat Lot was weggegaan, zei de Heer tegen Abram: ‘Kijk eens goed om je heen, kijk vanaf de plaats waar je nu staat naar het noorden, het zuiden, het oosten en het westen. Al het land dat je ziet geef Ik aan jou en je nakomelingen, voor altijd. En Ik zal je zo veel nakomelingen geven als er stof op de aarde is: ze zullen even ontelbaar zijn als alle stofdeeltjes op de aarde’.

Genesis 15 : 5 en 6: Daarop leidde Hij (God) Abram naar buiten. ‘Kijk eens naar de hemel,’ zei Hij, ‘en tel de sterren, als je dat kunt.’ En Hij verzekerde hem: ‘Zo zal het ook zijn met jouw nakomelingen.’ Abram vertrouwde op de Heer en Deze rekende hem dit toe als een rechtvaardige daad. God sloot zelfs een verbond met Abram: Genesis 15 : 18: Die dag sloot de Heer een verbond met Abram. ‘Dit land,’ zei Hij, ‘geef Ik aan jouw nakomelingen, van de rivier van Egypte tot aan de grote rivier, de Eufraat.

Het vervolg staat op de pagina Abram (2).
| Sites | Verantwoording | Sitemap |