Home | Personen in de Bijbel | Abram
Abram (2)

Het verbond met Abram
In Genesis 15 kun je lezen wat God Abram beloofde. Dat is ook beschreven op de pagina Abram (1). Deze beloften maken onderdeel uit van het verbond dat God met Abram sloot. In Genesis 17 kun je lezen hoe God dit verbond met Abram, die toen 99 jaar oud was, verder invulling gaf. Op de pagina Het verbond kun je daar ook meer over lezen. In dit verbond zitten de volgende afspraken:
  • leef in verbondenheid met Mij, leid een onberispelijk leven
  • Ik zal je heel veel nakomelingen geven
  • je zult de stamvader worden van een menigte volken
  • je zult niet Abram (“vader is verheven”) heten maar Abraham (“vader van menigten”)
  • onder je nazaten zullen koningen zijn
  • Ik sluit een eeuwig verbond met jou en je nakomelingen
  • Ik zal jouw God zijn en Die van je nakomelingen
  • heel Kanaän zal Ik jou en je nakomelingen voor altijd in bezit geven
  • alle mannen en jongens moeten worden besneden
  • Sarai zal in het vervolg Sara (“prinses”) heten
Daarbij valt het volgende op:
  • God geeft: veel nakomelingen: een menigte volken, waaronder koningen, en heel Kanaän, voor altijd.
  • God vraagt: een onberispelijk leven, en alle mannen en jongens moeten worden besneden.
In dit verbond is sprake van een nauwe gemeenschapsoefening tussen God en Abraham, tussen God en Abraham’ s nakomelingen, waarvoor een volkomen toewijding van Abraham en de zijnen nodig is. De besnijdenis is daarvan het teken. God zoekt de directe omgang met de mensen, en heeft daarbij een speciaal doel op het oog, nl. Jezus, zie ook de pagina Het verbond.

Een zoon voorzegd en ontvangen
Opnieuw verschijnt God aan Abraham, nu in de vorm van een bezoek van een drietal mannen. De mannen bezoeken Abraham en Sara in hun tent. Dan zegt één van deze mannen, Genesis 18 : 10: Ik kom over precies een jaar bij u terug en dan zal uw vrouw Sara een zoon hebben. Eén van deze mannen blijkt de Heer Zelf te zijn. Sara kan het eigenlijk niet geloven dat dit haar nog zal overkomen. Maar de Heer houdt Zijn woord.

Genesis 21 : 1 t/m 7: De Heer zag om naar Sara zoals Hij had beloofd, Hij gaf haar wat Hij had toegezegd: Sara werd zwanger en baarde Abraham op zijn oude dag een zoon, op de vastgestelde tijd, die God hem had genoemd. Abraham noemde de zoon die hij gekregen had en die Sara hem gebaard had, Isaak, en hij besneed Isaak toen deze acht dagen oud was, zoals God hem had opgedragen. Abraham was honderd jaar toen zijn zoon Isaak werd geboren. ‘God maakt dat ik kan lachen,’ zei Sara, ‘en iedereen die dit hoort zal met mij mee lachen. Wie had Abraham durven voorspellen dat ik ooit een kind de borst zou geven? En toch heb ik hem op zijn oude dag nog een zoon gebaard’!

Abram’s geloof op de proef gesteld
Genesis 22 : 1 en 2: Enige tijd later stelde God Abraham op de proef. ‘Abraham!’ zei Hij. ‘Ik luister,’ antwoordde Abraham. ‘Roep je zoon, je enige, van wie je zoveel houdt, Isaak, en ga met hem naar het gebied waarin de Moria ligt. Daar moet je hem offeren op een berg die Ik je wijzen zal’. Dit moet één van de moeilijkste dagen voor Abraham zijn geweest. En daarnaast zal dit de grote vraag bij hem hebben opgeroepen: WAAROM?

Dat God ons beproeft blijkt o.a. uit 1 Korintiërs 10 : 13: U hebt geen beproevingen te doorstaan die niet voor mensen te dragen zijn. God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd: hij geeft u mét de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan. Het is een troost te weten dat God ons in de beproeving niet onder laat gaan. Het verzoek aan Abraham, om zijn zoon te offeren, lijkt echter bovenmatig, maar ook toen zorgde God voor een uitweg.

Maar eerst nog de vraag: waaróm beproeft God ons, wat is het doel daarvan? Romeinen 5 : 3 t/m 5: We prijzen ons zelfs gelukkig onder alle ellende, omdat we weten dat ellende tot volharding leidt, volharding tot betrouwbaarheid, en betrouwbaarheid tot hoop. Deze hoop zal niet worden beschaamd, omdat Gods liefde in ons hart is uitgegoten door de Heilige Geest, die ons gegeven is. Met andere woorden: door de beproevingen kan ons geloof sterker worden en kunnen we dichter bij God komen. Jakobus formuleert dit zo (Jakobus 1 : 2 t/m 4): Het moet u tot grote blijdschap stemmen, broeders en zusters, als u allerlei beproevingen ondergaat. Want u weet: wanneer uw geloof op de proef wordt gesteld, leidt dat tot standvastigheid. Als die standvastigheid ook daadwerkelijk blijkt, zult u volmaakt en volkomen zijn, zonder enige tekortkoming.

Abrahams’ offer
Terug naar Genesis 22. De reactie van Abraham, op het verzoek van God om zijn zoon te offeren, is menselijk gezien onbegrijpelijk. Wat hadden wij als reactie gegeven? Ik denk zoiets als: “Heer, hoe kunt u dat nou vragen? Dat kunt u toch niet van mij verlangen?” En we zouden er ook nog bij hebben gezegd: “Heer, dat ik kan ik echt niet!” Maar Abraham zegt..... NIETS. Hij doet gewoon wat God heeft gevraagd. Genesis 22 : 3: De volgende morgen stond Abraham vroeg op. Hij zadelde zijn ezel, nam twee van zijn knechten en zijn zoon Isaak met zich mee, hakte hout voor het offer en ging op weg naar de plaats waarover God had gesproken.

Hoe kan dat? Zou Abraham wel genoeg van zijn zoon hebben gehouden? Deze weg moeten we niet op, natuurlijk hield Abraham van zijn zoon. Waarschijnlijk heel veel, ook al omdat hij Isaak op zijn hoge leeftijd, als door een wonder, heeft gekregen. Het antwoord vinden we in Hebreeën 11 : 17 t/m 19: Door zijn geloof kon Abraham, toen hij op de proef werd gesteld, Isaak als offer opdragen. Hij die de beloften had ontvangen, was bereid zijn enige zoon te offeren. Terwijl er tegen hem gezegd was: ‘Alleen door Isaak zul je nageslacht krijgen,’ zei hij bij zichzelf dat het voor God mogelijk moest zijn iemand uit de dood op te wekken.

Het was dus een diepgaand vertrouwen op God, dat Abraham deed gehoorzamen. Vertrouwen, dat God, Die hem veel nageslacht had beloofd, ook een oplossing zou vinden voor de onmogelijke opgave om zijn eigen zoon te offeren. Niet alleen voor Abraham was het een zware dag, ook voor Isaak, die op het laatst als offer op het altaar werd vastgebonden. Want voor het zover was had Isaak Abraham al naar het offerlam gevraagd: Genesis 22 : 7 en 8: ‘Vader,’ zei Isaak. ‘Wat wil je me zeggen, mijn jongen?’ antwoordde Abraham. ‘We hebben vuur en hout,’ zei Isaak, ‘maar waar is het lam voor het offer?’ Abraham antwoordde: ‘God zal Zich Zelf van een offerlam voorzien, mijn jongen.’ En samen gingen zij verder.

Abrahams' profetie
Genesis 22 : 8 ( God zal Zich Zelf van een offerlam voorzien ) is een rechtstreekse heenwijzing naar de kruisdood van Góds enige Zoon: Jezus Christus. Abraham deed hier een profetische uitspraak over een wereldreddende gebeurtenis, waarschijnlijk zonder dat zelf te beseffen. Wij begrijpen dat achteraf, en zien nu ook hoe het geloof en daadwerkelijke vertrouwen van Abraham ons tot voorbeeld is gesteld. Want het geloof in het Offerlam Jezus Christus kan niet zonder gevolgen blijven voor de gehoorzaamheid aan God, ook in ons leven.

En zo liep het af: Genesis 22 : 9 t/m 13: Toen ze waren aangekomen bij de plaats waarover God had gesproken, bouwde Abraham daar een altaar, schikte het hout erop, bond zijn zoon Isaak vast en legde hem op het altaar, op het hout. Toen pakte hij het mes om zijn zoon te slachten. Maar een engel van de Heer riep vanuit de hemel: ‘Abraham, Abraham!’ ‘Ik luister,’ antwoordde hij. ‘Raak de jongen niet aan, doe hem niets! Want nu weet Ik dat je ontzag voor God hebt: je hebt Mij je zoon, je enige, niet willen onthouden.’ Toen Abraham opkeek, zag hij een ram die met zijn horens verstrikt was geraakt in de struiken. Hij pakte het dier en offerde dat in de plaats van zijn zoon.

En het antwoord van God: Genesis 22 : 16 t/m 18: Omdat je dit hebt gedaan, omdat je Mij je zoon, je enige, niet hebt onthouden, zal Ik je rijkelijk zegenen en je zo veel nakomelingen geven als er sterren aan de hemel zijn en zandkorrels op het strand langs de zee, en je nakomelingen zullen de steden van hun vijanden in bezit krijgen. En alle volken op aarde zullen wensen zo gezegend te worden als jouw nakomelingen. Want jij hebt naar Mij geluisterd.

Abraham als voorbeeld
Abraham, voorheen Abram, een man met fouten. Een man die af en toe vergat op God te vertrouwen, met alle gevolgen van dien. Maar ook een man met een groot geloof, dat hem aanzette tot geloofsdaden. Abraham, de vader van alle gelovigen (Romeinen 4 : 10 en 11). Abraham, een groot voorbeeld voor ons. Abraham, zelfs bereid zijn eigen zoon voor God te offeren. Dat hoefde niet, dat zou God Zelf voor ons doen. Maar waar zijn wij toe bereid?
| Sites | Verantwoording | Sitemap |