Home | Tussen God en ons
God is groot

God versus de mens
God is groot. Hij is groot, machtig, ver verheven boven alles wat menselijk is. Als je met een vliegtuig van Schiphol opstijgt, zie je de afstand tot de aarde onder je steeds groter worden. Je ziet nog de weilanden, de bossen, de wegen, de stadjes en later ook het strand en de zee. Het eerste wat je na het opstijgen niét meer kunt zien, dat is het verschijnsel "mens". Zo klein is de mens. God kijkt vanuit de hoge hemel op de aarde neer. In Gods ogen moet de mens wel een klein en nietig wezen zijn.

Mensen hebben soms een grote mond en denken dat ze heel wat zijn. Ik citeer enkele verzen uit Psalmen 2:
  • Vers 1: Waartoe leidt het woeden van de volken, het rumoer van de naties? Tot niets.
  • Vers 4: Die in de hemel troont lacht, de Heer spot met hen.
  • Vers 10, 11: Daarom, koningen, wees verstandig, wees gewaarschuwd, leiders van de aarde. Onderwerp u, toon de HEER uw ontzag, breng hem bevend uw hulde.
God vraagt ontzag
God vraagt van ons dat wij voor Hem ontzag hebben. Hij laat ons zien dat Hij veel groter is dan wij. God is veel meer dan een supermens. Wij mogen Hem niet “naar beneden halen”. De mens is slechts een schepsel, dat Hij wil gebruiken. Het is God zelf, Die ons juist “omhoog haalt”. Psalmen 8: 6, 7: U hebt hem (de mens) bijna een god gemaakt, hem gekroond met glans en glorie, hem toevertrouwd het werk van Uw handen en alles aan zijn voeten gelegd. Alle reden voor ons als mensen om Hem te prijzen met Psalmen 8 : 10: HEER, onze Heer, hoe machtig is Uw naam op heel de aarde.

God als Vriend
We zien God als een Vriend, Die naast ons staat. En dat is goed, want God is Zelf naar ons toegekomen. Hij heeft Zijn Zoon Jezus Christus, in de gedaante van een mens, naar deze aarde toegestuurd. Zo kwam God onder de mensen wonen. Jezus kwam naar deze wereld om voor ons te lijden en te sterven, om de dood te overwinnen, om ons te redden van de eeuwige vloek. In Jezus heeft God laten zien dat Hij van de mensen houdt en bij hen wil wonen. Zo is God een Vriend van ons geworden. We zingen daarvan in verschillen liederen:
  • Evangelische Liedbundel lied 299: “Welk een Vriend is onze Jezus”
  • Psalm 105 (oude ber.): “’t Verbond met Abraham, Zijn vrind, bevestigt Hij van kind tot kind”
  • Opwekkingsliederen lied 392: "Mijn Jezus, ik hou van U, ik noem U mijn Vriend"
  • Zangbundel Joh. de Heer lied 13: "Welk een liefdevolle Vriend is Hij"
Een vriend is iemand die naast je staat. Waar je lief en leed mee kunt delen. Die je kunt vertrouwen. Aan wie je al je geheimen kunt toevertrouwen. Die je om raad kunt vragen voor de meest persoonlijke problemen. Aan wie je kunt vertellen wat je verkeerd hebt gedaan. Die het beste voor jou zoekt en je nooit in de steek laat. Zo’n vriend wil Jezus, en daarmee God Zelf, voor ons zijn. Maar daarnaast staat God ook ver boven ons. Verwacht Hij van ons dat wij Hem eren en Hem de waardigheid toekennen waar Hij recht op heeft. Want ook als Vriend blijft Hij God.

Gebrek aan ontzag
Het blijkt toch voor veel christenen moeilijk om Hem met (voldoende) ontzag tegemoet te treden. Dat is soms zichtbaar in uiterlijke zaken. Als wij Hem prijzen in ons lied doen we dat vaak met de handen in de broekzakken. Als er in een voetbalstadion een doelpunt wordt gezet, vliegen de toeschouwers van hun stoelen en staan te klappen en te juichen. In de meeste traditionele kerken gaat er nog geen arm omhoog als we God toezingen hoe groot Hij is. Zijn we niet enthousiast genoeg? Als we bidden nemen wij soms geen eerbiedige houding aan, en knielen is er over het algemeen niet meer bij. In Psalm 95 : 6 staat: Laten wij buigen in aanbidding, knielen voor de HEER, onze Maker. Maar die moeite nemen wij meestal niet (meer).

Komt dat misschien omdat wij te weinig doordrongen zijn van Gods almacht? In de belevingswereld van menig jonge knul, is zijn vader de sterkste en stoerste man van de wereld. Zijn wij als Gods kinderen nog trots op onze sterke Vader? Zo niet, hoe komt dat dan? Het heeft te maken met het feit dat wij dan te weinig besef hebben van Gods almacht. Wanneer wij Gods almacht niet voldoende beseffen kan dit leiden tot:
  1. Gebrek aan geloof
  2. Gebrek aan vertrouwen
  3. Gebrek aan eerbied
  4. Gebrek aan opofferingsgezindheid.
1. Gebrek aan geloof:
“Heeft God alles nog wel in de hand? Er gaat zoveel mis en God grijpt maar niet in. Is het wel waar dat Hij boven alle volken staat, zoals Psalm 2 beschrijft? Is de Bijbel eigenlijk wel Zijn onfeilbaar Woord? Laat de geschiedenis niet zien dat het toch maar verhalen van gelovigen zijn? Ik geloof wel, maar op mijn eigen manier, dat is toch voldoende?”

2. Gebrek aan vertrouwen:
“Komt het met mij wel goed? God heeft wel beloofd dat Hij voor mij het beste zoekt, maar waarom ben ik dan ziek? Was Jezus misschien alleen een goed voorbeeld? Is redding niet iets dat je toch zelf moet bewerken? Wat helpt het om de Bijbel te lezen en te bidden? Luistert God wel naar mij? Is bidden in feite geen verloren energie?”

3. Gebrek aan eerbied:
“Wat heeft het voor zin om te knielen of om Hem te prijzen? Ziet God dat eigenlijk wel? Hebben we God zelf niet op een voetstuk geplaatst zonder dat dit nodig is? Hij wil toch gewoon een Vriend zijn? Waarom moet ik mij zo druk maken om de godsdienst? Is het nu echt zo erg als iemand een keer vloekt, als emotionele uiting? God vergeeft toch alles?”

4. Gebrek aan opofferingsgezindheid:
“Wat helpt het om christelijk te leven? En wat houdt dat eigenlijk in? Waarom zou ik naar de kerk moeten gaan? Wat schiet ik er mee op om mij uit te sloven in allerlei christelijke activiteiten? Een christen zou iets moeten uitstralen zegt men, maar wat zou dat dan moeten zijn? Geloof zit toch van binnen?”

Begin met ontzag te hebben voor God
Laten we de Bijbel zelf maar eens aan het woord laten. Ik citeer een aantal gedeelten uit Jesaja 40:

  • Vers 12: Wie heeft de wateren met holle hand omvat, de hemel gemeten met een ellenmaat? Wie heeft het stof van de aarde met een maatlepel afgepast? Wie heeft de bergen gewogen op een weegschaal, de heuvels met balans en gewichten?
  • Vers 15: In Zijn ogen zijn de volken als een druppel in een emmer, als een stofje op een weegschaal; de eilanden weegt Hij als zandkorrels.
  • Vers 22: Hij troont boven de schijf van de aarde – haar bewoners zijn als sprinkhanen –, Hij spreidt de hemel uit als een doek, spant hem uit als een tent om in te wonen.
  • Vers 25, 26: Met wie wil je Mij vergelijken, zegt de Heilige, aan wie ben Ik gelijk te stellen? Kijk omhoog: Wie heeft dit alles geschapen? Hij laat het leger sterren voltallig uitrukken, Hij roept ze bij hun naam, één voor één; door Zijn kracht en onmetelijke grootheid ontbreekt er niet één.
Overtuig je van Gods grootheid
Als we goed tot ons laten doordringen wat er in dit hoofdstuk staat, dan zien we dat God ons er bij bepaalt hoe groot Hij is. Pas als we Hem bezig zien als de Schepper en Eigenaar van deze wereld, gaan we langzaam beseffen hoe groot het verschil is tussen Hem en ons. Ondanks dit grote verschil wil Hij toch onze Vriend zijn! Regelmatige bijbellezing en bijbelstudie zijn nodig om ons geloof, ons vertrouwen, onze eerbied en onze opofferingsgezindheid te herwinnen. Die diepe wederzijdse kennis (die er van Gods kant al is) is nodig om deze koninklijke relatie in stand te houden.

Bidden en bijbellezen vormen bovendien de communicatie, zoals die in elke relatie nodig is. Vervolgens is het van belang hoe onze houding is tegenover onze Vriend en tegenover anderen. En hoe wij over onze God praten, hoe wij voor Zijn eer opkomen en hoe wij Hem dienen met ons leven. Uit dat alles blijkt onze eerbied, ons ontzag. Als wij zo leven zal God niet nalaten ons te sterken in ons geloof, in ons vertrouwen.

Een prachtig voorbeeld van geloof en vertrouwen op God vinden wij in 1 Koningen 18. Lees dit indrukwekkende hoofdstuk eens rustig door en kom onder de indruk van de vastberadenheid van Elia, de overtuiging dat God hem zal helpen (wat God ook daadwerkelijk doet). Indrukwekkend zijn ook de verzen 37 t/m 39, waar Elia tot God roept: "Geef mij antwoord, HEER, geef antwoord. Dan zal dit volk beseffen dat U, HEER, God bent en dat U het bent die hen tot inkeer brengt." Het vuur van de HEER sloeg in en verteerde het brandoffer met brandhout, stenen, as en al; zelfs het water in de geul likte het op. Alle Israëlieten zagen het, en allen vielen op hun knieën en riepen: "De HEER is God, de HEER is God!".

Wie is God en wie ben ik
Als we in gaan zien dat we tekort schieten in het hoogschatten van God, dan zullen wij misschien evenals Job zeggen: Ik weet dat niets buiten Uw macht ligt en geen enkel plan voor U onuitvoerbaar is. Wie was ik dat ik, door mijn onverstand, Uw besluit wilde toedekken? Werkelijk, ik sprak zonder enig begrip, over wonderen, te groot voor mij om te bevatten. (Job 42 : 2,3). Om daarna samen met Job terug te keren naar onze echte positie als mens: Eerder had ik slechts over U gehoord, maar nu heb ik U met eigen ogen aanschouwd. Daarom herroep ik mijn woorden en buig ik mij, zoals ik hier zit in het stof en het vuil. (Job 42 : 5,6).

Als we weer gaan zien Wie God is, gaan we ook weer zien wie wijzelf zijn. Hulpeloze mensen die verlossing nodig hebben. Dan staan we op een goed uitgangspunt, om een relatie met God op te bouwen in Zijn Zoon Jezus Christus. Niet dat wij zo’n relatie kunnen beginnen. Dat heeft God al gedaan. Zoals Paulus dat zegt in Efeziërs 1 : 4 t/m 6: In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor Hem heilig en zuiver te zijn, en Hij heeft ons naar Zijn wil en verlangen voorbestemd om in Jezus Christus Zijn kinderen te worden, tot eer van de grootheid van Gods genade, ons geschonken in Zijn geliefde Zoon. Laten we weer ontzag voor God krijgen en Zijn grootheid beseffen, zodat Zijn eer in deze wereld wordt hooggehouden.
| Sites | Verantwoording | Sitemap |