Home | Overwegingen
Het verbond

Het verbond met Abram
Een verbond is een afspraak, een deal tussen twee partijen, waarbij elke partij een toezegging doet aan de andere partij. De afspraak blijft geldig zolang beide partijen zich aan hun toezeggingen houden. In de Bijbel is sprake van een verbond tussen God en de mensen. Eerst wordt een drietal gedeelten uit Genesis 17 geciteerd, waarin de verbondssluiting wordt beschreven tussen God en Abram.

Genesis 17 : 1 t/m 3: Toen Abram negenennegentig jaar was, verscheen de HEER aan hem en zei: Ik ben God, de Ontzagwekkende. Leef in verbondenheid met Mij, leid een onberispelijk leven. Ik wil met jou een verbond aangaan en Ik zal je veel, heel veel nakomelingen geven.

Genesis 17 : 4 t/m 6: Ik doe jou deze belofte: je zult de stamvader worden van een menigte volken. Je zult voortaan niet meer Abram heten maar Abraham, want Ik maak je de vader van vele volken. Ik zal je bijzonder vruchtbaar maken. Er zullen veel volken uit je voortkomen en onder je nazaten zullen koningen zijn.

Genesis 17 : 7 t/m 10: Ik sluit een verbond met jou en met je nakomelingen, met alle komende generaties, een eeuwigdurend verbond: Ik zal jouw God zijn en die van je nakomelingen. Heel Kanašn, het land waar je nu als vreemdeling woont, zal Ik jou en je nakomelingen voor altijd in bezit geven, en Ik zal hun God zijn. Jij moet je houden aan dit verbond met Mij, evenals je nakomelingen, generatie na generatie. Dit is de verplichting die jullie op je moeten nemen: alle mannen en jongens moeten worden besneden.

De verbondslijnen
Na de verbondsverklaring, de verzen 1 t/m 3, worden twee verbondslijnen zichtbaar:
  1. De eerste lijn is die van Abraham als vader van vele volken, waaruit veel koningen zullen voortkomen (de verzen 4 t/m 6).
  2. De tweede lijn is die van Abram en zijn nakomelingen (het latere volk IsraŽl), die in het land Kanašn zullen wonen (de verzen 7 t/m 10).
De eerste lijn komt uit bij alle gelovigen. In Galaten 3 : 6 t/m 9 staat: Van Abraham wordt gezegd: "Hij vertrouwde op God, en dat werd hem als een daad van gerechtigheid toegerekend." U ziet dus dat zij die geloven kinderen van Abraham zijn. Nu heeft de Schrift voorzien dat God ook andere volken door geloof zou aannemen en daarom aan Abraham verkondigd: "In jou zullen alle volken gezegend worden." En dus wordt iedereen die gelooft samen met Abraham, de gelovige, gezegend.

De tweede lijn komt uit bij dť Nakomeling: Jezus Christus. In Galaten 3: 16 staat: Nu gaf God zijn beloften aan Abraham en zijn nakomeling. Let wel, er staat niet "nakomelingen", alsof het velen betreft, maar het gaat om ťťn: "je nakomeling" Ė en die nakomeling is Christus. Het oorspronkelijke woord voor ďnakomelingĒ is ďzaadĒ, dat zowel een enkelvoudige als een meervoudige betekenis kan hebben. De schrijver van de Galaten-brief appelleert hier aan de enkelvoudige betekenis.

Twee lijnen, ťťn doel
In het Oude Testament (OT) wordt het volk IsraŽl vaak door God herinnerd aan hun verbondsverplichtingen. Vaak weken zij af van Zijn geboden en werden zij door God opgeroepen om terug te keren tot Zijn dienst. De meeste teksten in het OT hebben duidelijk betrekking op de tweede verbondslijn (IsraŽl), maar soms is ook het perspectief van de eerste verbondslijn (alle volken) zichtbaar. In Jesaja 42 bijv. profeteert Jesaja over de komst van Jezus Christus naar de aarde. Jesaja 42 : 6: In gerechtigheid heb Ik, de Heer, jou geroepen. Ik zal je bij de hand nemen en je behoeden, Ik neem je in dienst voor Mijn verbond met de mensen en maak je tot een licht voor alle volken. Het perspectief van de eerste verbondslijn (alle volken) wordt hier zichtbaar. De komst van Jezus Christus, die beloofd is in de tweede verbondslijn, blijkt nu ook een belangrijke rol te spelen in de eerste verbondslijn.

In het Nieuwe Testament (NT) wordt de eerste verbondslijn (alle volken) het nieuwe verbond genoemd, en de tweede verbondslijn (IsraŽl) het oude verbond. Jezus Christus was de vervulling van het oude verbond (zie hierboven, Galaten 3 : 16). Maar nu blijkt Hij ook een centrale rol te spelen in het nieuwe verbond. In Lucas 22 : 20 staat: Zo nam Hij (Jezus) na de maaltijd ook de beker, en zei: Deze beker, die voor jullie wordt uitgegoten, is het nieuwe verbond dat door Mijn bloed gesloten wordt. Jezus kwam op aarde om te lijden en te sterven voor onze zonden. God heeft laten zien dat Hij alles, zelfs Zijn eigen Zoon, voor ons overheeft. Door het geloof in die Zoon neemt God ons aan als Zijn eigen kinderen, om voor altijd onder Zijn bescherming te leven en Hem voor eeuwig de eer te geven die Hem toekomt. Dat is de boodschap en de inhoud van het nieuwe verbond.

Van oud naar nieuw
Jezus was de vervulling van het oude verbond en maakte met Zijn komst naar deze wereld dat verbond overbodig. In HebreeŽn 8 : 13 staat: Op het moment dat Hij spreekt over een nieuw verbond heeft Hij het eerste al als verouderd bestempeld. Welnu, wat verouderd is en versleten, is de teloorgang nabij. Eeuwenlang had God aan Zijn volk IsraŽl de Redder beloofd, als de vervulling van Zijn verbond met hen. Hoe moet het nu verder met IsraŽl, nu de Messias is gekomen? Ook zij zullen de Messias moeten aanvaarden als de beloofde Verlosser. Want er is een einde gekomen aan de bijzondere status van het volk IsraŽl. Ook zij vallen onder de regels van het nieuwe verbond, dat ďin Jezusí bloedĒ wordt gesloten met alle gelovigen.

IsraŽl is niet langer het volk dat zichzelf exclusief kan bestempelen als de nakomelingen van Abraham. Want God had tegen Abraham gezegd: ik maak je de vader van vele volken. En IsraŽl is nu ťťn van die volkeren. Voor God blijft IsraŽl nog wel een centrale plaats innemen (Romeinen, hoofdstukken 9 t/m 11), maar hun verhouding tot God is niet anders dan die van ons tot God. Wij zijn nu allemaal door het geloof nakomelingen van Abraham. In Galaten 3 : 7 staat: U ziet dus dat zij die geloven kinderen van Abraham zijn.

Verbondsdenken
Door het vervallen van het oude verbond komt Genesis 17 : 7 t/m 10 in een ander daglicht te staan. Dit gedeelte wordt hier nogmaals geciteerd: Genesis 17 : 7 t/m 10: Ik sluit een verbond met jou en met je nakomelingen, met alle komende generaties, een eeuwigdurend verbond: Ik zal jouw God zijn en die van je nakomelingen. Heel Kanašn, het land waar je nu als vreemdeling woont, zal Ik jou en je nakomelingen voor altijd in bezit geven, en Ik zal hun God zijn. Jij moet je houden aan dit verbond met Mij, evenals je nakomelingen, generatie na generatie. Dit is de verplichting die jullie op je moeten nemen: alle mannen en jongens moeten worden besneden.

Een eeuwigdurend verbond.
Het verouderde verbond blijkt over te gaan in het nieuwe verbond. Het ďeeuwigdurendeĒ blijkt nu, achteraf, toch betrekking te hebben op het nieuwe verbond. Eeuwig leven heeft alles te maken met Gods Zoon, Jezus Christus, en het geloof in Hem. Bij de verbondssluiting konden wij twee verbondslijnen onderscheiden. Maar God zag toen al de glans van het nieuwe verbond over het oude liggen. Zo zijn beide verbonden onlosmakelijk aan elkaar gekoppeld, en hebben de beide verbonden maar ťťn doel: de redding van de wereld.

Heel Kanašn ....... zal Ik ..... voor altijd in bezit geven.
Het land Kanašn krijgt in het nieuwe verbond een andere dimensie, nl. de dimensie van het hemelse Kanašn. Zolang het oude verbond van kracht was betrof dit het land Kanašn. De toewijzing van het land Kanašn had, in het kader van het oude verbond, een doel. God wilde dat IsraŽl daar zou wonen en dat de Heiland, Jezus Christus, daar zou worden geboren. De staat IsraŽl kan vandaag niet meer op bijbelse gronden aanspraak maken op dit land. Want in het nieuwe verbond zijn alle gelovigen in Jezus Christus op weg naar het hemelse Kanašn, dat in de Bijbel "Gods rust" wordt genoemd. HebreeŽn 1 : 1: Aangezien de belofte om binnen te gaan in Gods rust nog steeds van kracht is, moeten we ervoor waken dat iemand van u ook maar de schijn wekt deze gelegenheid aan zich voorbij te laten gaan. In de hoofdstukken 3 en 4 van HebreeŽn wordt dit breder uitgelegd.

Alle mannen en jongens moeten worden besneden.
Met het vervallen van het oude verbond is ook deze opdracht vervallen: besnijdenis hoeft niet meer. In 1 KorintiŽrs 7 : 19 staat: Het is volkomen onbelangrijk of men wel of niet besneden is, belangrijk is dat men de geboden van God in acht neemt.

Een deel van de christenheid denkt dat de besnijdenis is opgevolgd door de doop aan kleine kinderen en zuigelingen. Een ander deel gelooft dat de besnijdenis is opgevolgd door de besnijdenis van het hart. De discussies over de kinderdoop hebben alles te maken met de visie op het verbond. Zie hiervoor de pagina Dopen op deze website.

De meningsverschillen over het verbond hebben in de geschiedenis voor veel discussie en zelfs voor kerksplitsingen gezorgd. Ik hoop dat wij als christenen tegenwoordig beter in staat zijn om elkaars mening te respecteren. Dat neemt niet weg dat binnen een plaatselijke gemeente wel keuzes moeten worden gemaakt, al was het maar om praktische afspraken rondom de doop te kunnen maken. Hoe meer respect voor andersdenkenden daarbij wordt opgebracht, hoe groter de kans dat wij elkaar, ondanks meningsverschillen, kunnen vasthouden.
| Sites | Verantwoording | Sitemap |