Home | Thema's
Jeugd en geloof

Hoe het vaak gaat
Veel christenen moeten meemaken dat bij hun kinderen het enthousiasme voor het geloof ontbreekt. Ze onttrekken zich later van de kerk of van de gemeente waar zij of hun ouders lid van zijn en houden het voor gezien. Hoe komt het dat de mooiste boodschap die ooit is verkondigd niet aanslaat bij jonge mensen? Is de eeuwige redding van mensen t ongeloofwaardig? Of worden de gevolgen van Gods bestaan en Zijn liefde voor de wereld te weinig zichtbaar in deze wereld?

Niet zelden missen de jongeren de uitwerking van dit mooie evangelie in de levens van christenen. Hun "voorbeelden" gedragen zich vaak nauwelijks anders dan de andere mensen. Christenen gaan vaak ook gebukt onder wat hen overkomt. Ook al riep Paulus: Laat de Heer uw vreugde blijven; ik zeg u nogmaals: wees altijd verheugd (Filippenzen 4 : 4), toch is daar in de praktijk soms weinig van te merken. Dat er hoop is, uitredding uit alle nood, is een wetenschap die niet zelden verbleekt in het licht van de acute nood van alledag.

En hoe nu verder
Het blijkt moeilijk te zijn voor de ouders om met hun jongeren over deze zaken te praten. De jeugd die is "uitgestapt" staat daar niet meer voor open en de ouders blijven vol zorg om hen achter. Zij weten dat ze wel voor hen kunnen bidden, maar dit lijkt dan zo'n dooddoener. En toch is dat heel belangrijk want God laat deze jongeren niet zomaar gaan. Hij houdt ook van hen.

Voorbeelden gevraagd
Ouders voelen zich dan schuldig en vragen zich af wat zij verkeerd hebben gedaan. Begrijpelijk maar het ligt niet zo eenvoudig. Kinderen en jongeren staan bloot aan alle verleidingen in de wereld en aan de verkeerde geesten en hebben te rekenen met hun eigen gevoelens. Een positief christelijke opvoeding is daarom van levensbelang. Als ouders zich daarvoor hebben ingespannen hebben zij daar goed aan gedaan, ook al hebben zij daarbij ongetwijfeld fouten gemaakt. Voor jongeren die dreigen af te haken dient veel gebeden te worden, thuis en in de gemeente.

Goed beginnen
De christelijke opvoeding is het referentiekader van het kind dat opgroeit en gaandeweg in kennis toeneemt en ervaart wat de wereld te bieden heeft. Ouders dienen daarom zo vroeg mogelijk met die opvoeding te beginnen. Het is belangrijk dat kinderen zien dat hun ouders voor het geloof gn. In Deuteronomium 6 : 4 t/m 7 houdt Mozes het volk het volgende voor: Luister, Isral: de HEER, onze God, de HEER is de enige! Heb daarom de HEER lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten. Houd de geboden die ik u vandaag opleg steeds in gedachten. Prent ze uw kinderen in en spreek er steeds over, thuis en onderweg, als u naar bed gaat en als u opstaat.

Bij inprenten denken wij snel aan het opleggen van geboden, of aan ongeoorloofde indoctrinatie. Maar het gaat erom dat we de kinderen doordringen van de liefde van God, die in ons hart moet zijn. De christelijke opvoeding staat niet naast alle andere taken die ouders hebben, maar alles waarmee het kind wordt geconfronteerd moet worden afgestemd op de christelijke denk- en leefwereld.

De groei van kind tot volwassene kan worden ingedeeld in drie fasen:
  • het rupsje
  • de cocon
  • de vlinder
Het rupsje:
Dit betreft de fase dat een kind op de basisschool zit. In deze fase zijn kinderen zeer ontvankelijk voor alles wat de ouders, de meester enz. hen leren. Daar kunnen ouders en opvoeders goed gebruik van maken. Het rupsje staat voor: lief, zacht en buigzaam. Kinderen leven dan gemiddeld gezien in een gestructureerde tijd en laten zich dankbaar onderrichten. Hun leventje is nog tamelijk afgebakend en de grote problemen van deze wereld staan meestal (gelukkig!) nog buiten hun blikveld.

Het is belangrijk dat kinderen aan hun ouders zien dat de liefde voor God en Zijn dienst hen op het lijf geschreven is. Ouders hoeven daarvoor geen belangrijke taken in de christelijke gemeente of de kerk te bekleden, maar een kind moet kunnen zien dat het christelijk geloof een keuze is van het hart. Kinderen peilen hoe "echt" datgene is wat ouders / anderen zeggen.

In deze fase kun je soms worden verrast door het rotsvaste geloof van het jonge kind. Het kind dat lang niet alles begrijpt maar er vanuit gaat dat God overal een oplossing voor heeft. Wij kunnen daar dan een voorbeeld aan nemen. En dat moeten we ook zeker doen, want het wordt ons door Jezus Zelf voorgehouden in Mattes 18 : 3: Ik verzeker jullie: als je niet verandert en wordt als een kind, dan zul je het koninkrijk van de hemel zeker niet binnengaan.

De cocon:
En dan komt de pubertijd. Kinderen worden jongeren, die zich lichamelijk en geestelijk gaan ontwikkelen. Dat is een moeilijke tijd voor een kind, dat heeft te worstelen met een veranderend lichaam en uiterlijk, met nieuwe gevoelens en met nieuwe indrukken van een wereld die steeds groter wordt. Veel vragen komen boven. In die fase is een kind niet altijd aanspreekbaar, niet altijd voor rede vatbaar. Ze kunnen nog niet als volwassenen omgaan met hun problemen. Soms verliezen ouders dat uit het oog.

Ze doen zich vaak flinker voor dan ze zijn. Voor een kind lijkt het soms of alles in het leven gaat schuiven. Veel vanzelfsprekende dingen uit de rups-fase zijn dat nu niet meer. Het kind neemt niet zomaar kontact op met de ouders om iets te bespreken, want dat is niet stoer. Bovendien zien zij niet altijd kans om hun gevoelens goed te verwoorden. Het helpt al als ze merken dat ouders begrip hebben voor de fase die ze doormaken.

Een cocon is een lelijke verpakking van iets wat niet te zien is. Een vaak moeilijke opvoedingsfase voor de ouders. Ze weten vaak niet hoe met de jeugd om te gaan. Wat moet je wel en wat niet toestaan? In hoeverre moet je consequent zijn en in hoeverre meegaand? Wanneer moet je lief voor ze zijn en wanneer streng? En daar zijn geen algemene regels voor te geven. Elk kind en iedere situatie vraagt om een eigen aanpak. Bid om inzicht en wijsheid.

En ding is wel zeker: je moet voorzichtig met de jongeren omgaan, want anders wordt de vlinder in wording beschadigd. Dat is de boodschap voor de behandeling van pubers die van de cocon te leren is. Beschadig ze niet, maar blijf er voorzichtig, positief aan werken. Daar is geduld en incasseringsvermogen voor nodig. En geef ze veel liefde, ook al wordt die niet altijd beantwoord. In deze fase is het onverminderd van belang dat ze worden geconfronteerd met een God die hen heeft gemaakt zoals ze zijn, van hen houdt en grote plannen heeft met hun leven.

De vlinder:
De jong volwassene is degene die de cocon-fase achter zich heeft gelaten. De pubertijd is voorbij. Als in de cocon-fase beschadigingen zijn opgelopen zal dat aan de vlinder te zien zijn. Toch is een vlinder altijd mooi. Geen vlinder is gelijk aan de andere. Een bezoek aan een vlindertuin is meestal fascinerend. Jonge volwassenen zijn het resultaat van alle inspanningen van o.a. de ouders in de fases daarvoor. Zij zijn vaak dankbaar voor de opvoeding die ze hebben gehad en begrijpen achteraf dat de ouders zekere grenzen moesten stellen, al was dat voor hen toen moeilijk te accepteren.

Een jong volwassene is iemand die niet meer als kind mag worden behandeld. Zij moeten als volwassenen volledig worden gerespecteerd zoals ze zijn. Met de gaven die God hen gegeven heeft. Gaven die verder ontwikkeld kunnen worden. Jong volwassenen die thuis en/of in de gemeente nog steeds als kind worden behandeld, worden in feite niet geaccepteerd.

Geef ze de ruimte
In de gemeente moeten de kinderen van jongst af aan terecht kunnen voor hun vragen en problemen. Kinderevangelisatie, jeugdwerk, catechese enz. zijn onmisbare instrumenten voor de vorming van christelijke jongeren. Bij die vorming dient niet het "heilig moeten" van allerlei dingen voorop te staan. De kinderen moet worden geleerd dat ze in de christelijke vrijheid mogen leven, waarin weliswaar niet alles mag, maar God voorop staat met Zijn liefde voor hen. In Prediker 11 : 9 staat het zo: Geniet dus, beste vriend, van je jonge jaren, haal je hart op aan de dagen van je jeugd. Volg de wegen die je hart wil gaan, gun je ogen wat ze wensen. En onthoud bij alles wat je doet dat God je aan zijn oordeel onderwerpt.

Het is belangrijk dat kinderen groot worden in een christelijke gemeente, waarin een open en liefdevolle sfeer heerst. Waar ruimte is voor ontplooiing. Waar de jeugd met haar gevoelens terecht kan. Jongeren moeten worden gestimuleerd om deel te nemen aan allerlei activiteiten. Ook moeten ze zichzelf herkennen in de erediensten, waarin ruimte moet zijn voor eigentijdse liturgie en muziek. Om maar iets te noemen.

Een gemeente waarin de sfeer niet goed is, of continue discussie is over allerlei theologische of kerkelijke zaken, is geen goede plaats voor jongeren. Want in zo'n gemeente wordt de eigenlijke doelstelling, het leven uit het geloof, naar de achtergrond gedrongen.

Jongeren in de pubertijd gedragen zich niet altijd zoals de ouderen dat zouden willen. Pas echter op voor beschadigingen die blijvend zijn. Stoot ze niet (onbedoeld) af, maar accepteer ze zoals ze zijn. Daar zullen ze u later dankbaar voor zijn. De jeugd vormt de gemeente / de kerk van de toekomst. God werkt door de geslachten heen en heeft ook met de jongeren in de kerk grote plannen. Het is de taak en de verantwoordelijkheid van de ouders en de ouderen in de gemeente om de jongeren zover te brengen dat zij hun taken kunnen oppakken, dat ze de fakkel straks kunnen overnemen. En dat bij hen het enthousiasme voor de dienst van de Heer nog niet is gedoofd. Een gemeente die de jeugd verwaarloost is bezig met zelfvernietiging.
| Sites | Verantwoording | Sitemap |