Home | Meditaties
Levende stenen

Petrus 2 : 4 en 5 (zie de rode letters).

Gelukkig zijn er altijd mensen die zich actief willen inzetten voor de gemeente van de Heer Jezus. Zij willen met hun geloof iets doen voor Jezus en nemen daarom deel aan jeugdwerk, evangelisatie of wat dan ook. En hoe meer mensen dat gaan doen hoe beter het is. Beter voor de gemeente, maar ook voor de wereld om die gemeente heen. De oproep om een levende steen te worden, zoals in dit bijbelgedeelte naar voren komt, is op het eerste gezicht niet zo aantrekkelijk. De eerste gedachte die bij "steen" opkomt spoort niet met "actief zijn". Reden om na te gaan wat hier eigenlijk wordt bedoeld.

Voeg u bij Hem, bij de levende steen Die door de mensen werd afgekeurd maar door God werd uitgekozen om zijn kostbaarheid.
Voor Wie kies je, dat is eigenlijk de vraag. Jonge mensen zoeken vaak voorbeeldfiguren, mensen waar ze achter willen staan. Idolen, mensen die ze als voorbeeld willen nemen voor het bepalen van hun eigen levensweg. Mensen waar ze iets van verwachten, waar ze op kunnen vertrouwen. Dat leidt helaas nogal eens tot teleurstellingen. Mensen vallen vroeg of laat tegen. Je ontdekt hun beperkingen en fouten. In Jezus word je echter nooit teleurgesteld. Hij maakt waar wat Hij belooft. Hij heeft ons een geweldige toekomst voorspeld. In het vers dat hieraan vooraf gaat wordt gezegd dat de Heer goed is. Hij is goed voor ons. Hij heeft het beste met ons voor. "Het beste" in de meest vérstrekkende betekenis van het woord. Voeg u bij Hem!

En dan voegt Petrus daar aan toe: bij de levende steen. Dat lijkt niet echt een onderstreping van het voorgaande. Maar laten we deze uitdrukking eens nader bekijken. Een steen is een voorwerp dat niet flexibel is, dat niets te maken heeft met "leven". Bij het begrip steen ontstaat mogelijk een negatief beeld. Van iemand die zich hard, ongevoelig, opstelt zeggen we: hij is zo hard als een steen. Toch kan de steen ook worden geassocieerd met positieve dingen. Dan kun je denken aan begrippen als: vast en zeker, degelijkheid, beschermd worden, hij is er altijd, je kunt erop bouwen, enz. Ik denk dat al deze begrippen, en nog veel meer, van toepassing zijn op onze Heiland.

Toch vond Petrus het niet voldoende om Jezus een steen te noemen. Petrus noemt Jezus de "levende steen". Dit lijkt een tegenstrijdige uitdrukking, omdat een steen niet wordt geassocieerd met leven. Bij een steen denk je aan dode materie, aan versteend leven. Petrus legt uit dat in Jezus het onmogelijke mogelijk wordt. Jezus weet dode materie tot leven te brengen. Jezus kan dat, want Hij is het leven Zelf. Hij deelt het leven uit aan een ieder die in Hem gelooft. Hij brengt mensen tot leven door zijn levendmakende en vernieuwende Geest. Zo is Hij (volgens de eigenschappen van de steen) onze Beschermer, Die er altijd voor ons is, op Wie wij kunnen bouwen, en Die ons bovendien het leven geeft, het eeuwige leven.

Deze Jezus is en wordt nog steeds door mensen verworpen. Gelovigen kunnen dat niet begrijpen. Wie verwerpt nu het leven? Voor de ongelovigen is Jezus niet de Zoon van God, waar je jezelf aan kunt toevertrouwen. Hooguit een interessante profeet, een goeroe. Wie niet in Hem gelooft, verwerpt Hem als de Redder van de wereld. Jezus is Gods Zoon, Die Hij aan de wereld gegeven heeft, opdat een ieder die gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig zal leven. God wijkt niet van Zijn reddingsplan af omdat er mensen zijn die niet in Hem geloven.

Jezus is Gods oogappel, de uiting van Zijn liefde voor de wereld. Niets of niemand doorkruist Zijn plannen. Jezus is kostbaar in de ogen van God. Geen wonder, Hij is Zijn enige Zoon. Jezus is niet zo maar een steen, maar een kostbare steen, een edelsteen. Edelstenen behoren tot de rijkste bezittingen van de mensen. Jezus is het rijkste bezit van God de Vader. Daar is Hij zuinig op. Van de "soort" van Jezus bestaat er maar één. Daarom is het evangelie uniek.

En laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijke tempel. Vorm een heilige priesterschap om geestelijke offers te brengen die God, dankzij Jezus Christus, welgevallig zijn.
Jezus is de levende steen. En nu moeten wij onszelf ook als levende stenen laten gebruiken. Maar er zijn toch duidelijke verschillen tussen Jezus en ons. Om te beginnen zijn wij niet volmaakt zoals Hij. Dat betekent dat de "kwaliteit" van ons als beschermers, als mensen op wie men kan bouwen, beduidend minder is.

Bovendien kunnen wij uit onszelf geen dode materie tot leven brengen. Wij hebben het leven niet in onszelf, zoals Jezus. Wij kunnen alleen levende stenen zijn als wij "in Jezus" blijven. Als wij leven door Hem. Dan zijn we ook op weg naar de volmaaktheid, al is die dan nog niet bereikt. Zo kunnen wij als levende stenen iets betekenen voor anderen, kunnen wij anderen tot Jezus leiden.

Wij hoeven niet volmaakt te zijn om anderen tot Jezus te kunnen leiden. En dat is maar goed ook, anders zouden "die anderen" zich teleurgesteld afwenden. Door het zien van onze gebreken en tekortkomingen kunnen anderen constateren dat er ook hoop is voor hen. Dat ze mogen komen zoals ze zijn. Dat er hoop is voor zondaren. Ook christenen zijn zondaren. En hoezeer ze ook hun best doen om niet te zondigen, ze komen er nooit helemaal los van. Natuurlijk doe je je best, om God geen verdriet te doen, maar de volmaaktheid ligt in dit leven niet binnen handbereik. Er is hoop voor de wereld, want God vraagt geen prestaties, alleen geloof. Hij vraagt Zijn volgelingen om levende stenen te worden, in het voetspoor van Jezus.

En nu vraagt God van ons, dat wij ons als levende stenen laten gebruiken voor de bouw van een geestelijke tempel. Het begrip "geestelijke tempel" is net zo tegenstrijdig als het begrip "levende steen". Maar bij God is immers alles mogelijk. Van stenen kun je een tempel bouwen. Van levende stenen bouw je een geestelijke, "levende" tempel. Wij vormen als stenen, als christenen, samen de gemeente van Jezus Christus. Deze gemeente wordt hier een tempel genoemd. Maar een tempel is op zichzelf genomen statisch. Maar als levende stenen een tempel vormen komt die tempel tot leven. Dan wordt het een geestelijke tempel, een tempel waar de Heilige Geest zichtbaar aan het werk is.

Paulus noemt de gemeente van Jezus in Efeziërs 2 een gebouw dat groeit. Alweer zo'n vreemde uitdrukking die niet lijkt te kunnen. Een gebouw groeit toch niet? Tijdens de bouw van een huis is er sprake van "groei", maar daarna niet meer. Groei heeft echter te maken met leven. Waar leven is, is groei. Waar groei is, is leven. Die twee zijn aan elkaar verbonden. En zo zeggen Petrus en Paulus in de Bijbel precies hetzelfde. De gemeente van Christus leeft dankzij het werk van de Heilige Geest. En die gemeente groeit dus ook. Die groei kan betrekking hebben op zowel de groei van de leden in hun persoonlijk geloof als op de groei in aantallen leden.

De gemeente van Christus heeft een statische kant (steen / tempel) en een dynamische kant (levend / geestelijk). Het één kan niet zonder het ander. In de gemeente heb je vaste elementen, zoals: de Bijbelse leer, de ambten, de sacramenten, liturgische afspraken, organisatievormen, allerlei regelingen, enz. Daar kun je niet zonder. Daarnaast heb je dynamische elementen, zoals: geloofsgroei, evangelisatieactiviteiten, liefde, gemeenschapsoefening, gaven van de Geest, enz. Traditionele kerken zitten meer aan de statische kant. Evangelische gemeenten meer aan de dynamische kant. Toch kunnen beide kanten niet gemist worden.

Een gemeente zonder dynamiek is een dode gemeente, gedoemd te verdwijnen. Een gemeente zonder statische kant loopt het risico in een spraakverwarring of een chaos te eindigen. In een plaatselijke gemeente dient er ruimte te zijn voor beide kanten. Traditionele mensen dienen open te staan voor nieuwe liturgische vormen en activiteiten op allerlei gebied, zolang deze tot doel hebben om de gemeente verder op te bouwen. Evangelische mensen dienen open te staan voor de noodzaak van een goede organisatie, bijvoorbeeld op financieel gebied, zolang dit tot doel heeft om de gemeente degelijk en betrouwbaar te maken.

En zo kunnen wij, zegt Petrus, als gemeenteleden samen een heilig priesterschap vormen. Heilig: op God gericht. Priesterschap: bereid om je dienstbaar op te stellen, dienstbaar ("geestelijke offers") naar God en de mensen toe. Zo te leven als gemeente, door Jezus Christus, is aangenaam voor God. Dan vormen wij een gemeente die leeft, waar iets van uitgaat, waar de wereld iets aan heeft. Een gemeente die de wereld zoekt en niet wordt verscheurd door interne discussies. Een gemeente van mensen, die niet voor zichzelf leeft, maar voor de ander. Een gemeente van mensen, die niet gericht is op consumeren, maar op profeteren.
| Sites | Verantwoording | Sitemap |