Home | Personen in de Bijbel | Mozes | Mozes (4)
Mozes (3)

Gods tijd aangebroken
Exodus 12: 41: Na precies vierhonderddertig jaar Ė geen dag eerder of later Ė trok het volk van de Heer, in groepen geordend, uit Egypte weg. God had ooit tegen Abram gezegd: Wees ervan doordrongen dat je nakomelingen als vreemdeling zullen wonen in een land dat niet van hen is en dat ze daar slaaf zullen zijn en onderdrukt zullen worden, vierhonderd jaar lang (Genesis 15: 13). De onderdrukking is niet direct begonnen, maar pas toen de farao zag dat IsraŽl zeer talrijk werd. De onderdrukking begon waarschijnlijk na dertig jaar, zodat ze na vierhonderddertig jaar uittrokken. Dit geeft nog eens aan dat God Zijn belofte precies nakwam.

God leidde het volk door de woestijn naar Sukkoth, en vandaar in oostelijke richting naar Etam. Toen gaf God opdracht aan Mozes om het volk in zuidelijke richting, naar Pi-Hachirot te brengen. Ze moesten hun tenten opslaan recht tegenover de zee. Dit lijkt een vreemde wending, maar God had daar een bedoeling mee. Exodus 14: 3, 4: (De Heer zei:) De farao zal denken dat jullie de weg kwijt zijn geraakt en de woestijn niet meer uit kunnen komen. Ik zal ervoor zorgen dat hij onverzettelijk blijft, zodat hij jullie achtervolgt, en dan zal Ik Mijn majesteit tonen door de farao en zijn hele leger ten val te brengen.

Benauwde uren
En zo gebeurde het. Exodus 14: 9: De Egyptenaren achtervolgden hen, en haalden hen in bij Pi-Hachirot, waar het volk van IsraŽl zijn kamp had opgeslagen. Exodus 14: 10, 11: Toen de IsraŽlieten de farao zagen naderen, met al zijn paarden, wagens en ruiters en al zijn voetvolk, werden ze doodsbang en riepen ze de Heer luidkeels om hulp. Ze zeiden tegen Mozes: ĎWaren er soms in Egypte geen graven, dat u ons hebt meegenomen om in de woestijn te sterven? Hoe kon u ons dit aandoen!'

Nood leert bidden?
Is het niet mooi, dat de IsraŽlieten de Heer luidkeels om hulp riepen? Het vervolg, hun uitval tegen Mozes, maakt echter duidelijk dat IsraŽl geen vertrouwen had. Ze hadden geen vertrouwen in Mozes, maar ook niet in God. Ze gingen er vanuit dat dit het einde was. Hun hulpgeroep naar Boven was geen gelovige aanroep, maar een paniekuitroep. IsraŽl zag God niet werken, maar ze zagen alleen Mozes (in hun ogen) stuntelen. Het aanroepen van God in nood heeft geen betekenis als er geen geloof is.

God heeft op IsraŽlsí hulproep niet gereageerd, Hij reageerde wel op Mozesí hulproep: Exodus 14: 15: De Heer zei tegen Mozes: ĎWaarom roep je Mij te hulp? Zeg tegen de IsraŽlieten dat ze verder trekken.' IsraŽl kende God niet, Mozes kende God wel en God kende Mozes. Om God te kennen is het nodig een relatie met Hem te hebben. Mozes had die relatie: Deuteronomium 34: 10: Nooit meer heeft IsraŽl een profeet gekend als Mozes, met wie de Heer zo vertrouwelijk omging.

De oversteek
Exodus 14: 16: (de Heer zei tegen Mozes:) Jij moet je staf geheven houden boven de zee en zo het water splijten, zodat de IsraŽlieten dwars door de zee kunnen gaan, over droog land. En zo gebeurde het. Exodus 14: 21: Toen hield Mozes zijn arm boven de zee, en de Heer liet de zee terugwijken door gedurende de hele nacht een krachtige oostenwind te laten waaien. Hij veranderde de zee in droog land. Exodus 14: 23: De Egyptenaren achtervolgden hen, alle paarden en wagens van de farao en al zijn ruiters gingen achter hen aan de zee in.

Het ging allemaal volgens Gods plan. Inmiddels was IsraŽl droog aan de overzijde aangekomen. Exodus 14: 26: De Heer zei tegen Mozes: ĎStrek je arm uit boven de zee; dan stroomt het water terug, over de Egyptenaren en over al hun wagens en ruiters.í En zo gebeurde het. Exodus 14: 28: Het terugstromende water overspoelde het hele leger van de farao, al zijn wagens en ruiters, die achter de IsraŽlieten aan de zee in gereden waren; niet een van hen bleef in leven. Daarmee toonde God Zijn macht en majesteit, maar dat niet alleen. Hij had ook Zijn ongelovige volk op het oog toen hij hen uitredde: Exodus 14: 31: Toen ze (de IsraŽlieten) de Egyptenaren dood langs de zee zagen liggen en het tot hen doordrong hoe krachtig de Heer tegen Egypte was opgetreden, kregen ze ontzag voor de Heer en stelden ze hun vertrouwen in Hem en in Zijn dienaar Mozes.

Reden voor feest
Exodus 15: 1: Toen zong Mozes, samen met de IsraŽlieten, dit lied ter ere van de Heer: ĎIk wil zingen voor de Heer, Zijn macht en majesteit zijn groot! Paarden en ruiters wierp hij in zee'. Slechts het begin van dit lied is hier geciteerd, het lied is veel langer. Exodus 15: 20, 21: De profetes Mirjam, Ašrons zuster (en Mozesí zuster) pakte haar tamboerijn, en alle vrouwen volgden haar, dansend en op de tamboerijn spelend. En Mirjam zong dit refrein: ĎZing voor de Heer, Zijn macht en majesteit zijn groot! Paarden en ruiters wierp hij in zee.í Zo werd het begin van het lied van Mozes door zijn zuster Mirjam als refrein herhaald.

Dat is wat de Heer graag ziet, dat Hij door Zijn volk wordt geprezen in liederen die Zijn grootheid bezingen. Wij kunnen dat gelukkig ook doen in onze erediensten. Daarvoor hebben wij psalmen, gezangen en verschillende liederenbundels. In veel liederen komen refreinen en herhalingen voor. Sommige mensen vragen zich af waarom die herhalingen nodig zijn. Ze zijn niet nodig maar ontstaan spontaan. Als je overtuigd bent van de grootheid van God, van Zijn liefde en trouw, als je beseft wat Hij voor ons heeft gedaan en nog steeds doet, en hoe Hij ons heeft gered van de dood, dan kan de lofzang niet meer ophouden. Hij heeft er recht op om eeuwig door ons geloofd en geprezen te worden!

In de woestijn
Het feest van de doortocht was het eindpunt van een moeizame periode, waarin Mozes met hulp van Ašron de uittocht uit Egypte bepleitte bij de farao, uiteindelijk met resultaat. God heeft, in de wijze waarop dit alles ging, Zijn almacht laten zien, zowel aan Egypte als ook aan IsraŽl. Maar nog waren de problemen niet voorbij. De tocht door de woestijn, op weg naar het beloofde land, ging met veel moeiten gepaard. IsraŽl was Gods grootheid al gauw vergeten. Het eerste probleem diende zich aan in Mara, toen het volk in opstand kwam nadat ze drie dagen zonder water door de woestijn hadden getrokken. Het water van Mara bleek bitter en niet drinkbaar. Het volk klaagde bij Mozes en Mozes riep de Heer aan. De Heer liet Mozes een stuk hout in het water gooien waardoor het zoet werd.

En zo zou het nog vaak gaan: het volk klagend naar Mozes, Mozes biddend tot God, God Die Mozes aangeeft hoe hij het probleem op moet lossen. In de woestijn Sin kwam het tot een uitbarsting omdat het volk honger had. God loste dit op door grote zwermen kwakkels te laten neerstrijken in het kamp. Ze konden het vlees van de kwakkels eten. Dat was nog niet alles. ís Morgens lag er een dauw op het veld, dat een substantie bleek te zijn dat als brood diende (manna genoemd): heel het volk had voldoende te eten. Op de zesde dag moesten ze dubbele porties manna verzamelen, nl. ook voor de sabbat: op de sabbat zou er geen manna gevonden en verzameld worden. God gaf dit manna in het vervolg op elke werkdag, veertig jaar lang (Exodus 16: 35).

De positie van Mozes
Mozes stond steeds tussen God en het volk in. Dit was een zware opgave, omdat het volk zijn ongenoegen steeds op Mozes afreageerde. En Mozes had het er moeilijk mee. Exodus 17: 4: Mozes riep luid de Heer aan. ĎWat moet ik met dit volk beginnen?í vroeg hij. ĎEr hoeft niet veel meer te gebeuren of ze stenigen mij!í Daarnaast gaf Mozes leiding aan het volk, bijv. in de strijd tegen Amelek (Exodus 17). Ook trad hij op als rechter, hij was de hele dag bezig om recht te spreken inzake de geschillen onder de IsraŽlieten. Zijn schoonvader Jetro, die het volk was komen bezoeken, gaf Mozes het advies om de eenvoudige zaken te delegeren, en zelf alleen de moeilijke zaken af te handelen. Mozes nam dit advies ter harte (Exodus 18).

Het advies van Jetro was niet alleen een handig, praktisch advies. Hij zei tegen Mozes: Luister, ik zal je een goede raad geven, en moge God je dan terzijde staan. Jij moet het volk bij God vertegenwoordigen en hun geschillen aan Hem voorleggen....... Maar zoek daarnaast onder het volk een aantal doortastende, vrome mannen, ......... Zij moeten altijd over het volk rechtspreken. Belangrijke geschillen leggen ze aan jou voor, in minder belangrijke geschillen doen ze zelf uitspraak. Zij zullen je last verlichten door die samen met jou te dragen. (Exodus18: 19, 21, 22).

Geestelijk leidinggeven
Jetro zag dat de omgang van Mozes met God in de verdrukking kwam door zijn veelomvattende alleenrechtspraak. Jetro riep Mozes op om zijn relatie met God op de eerste plaats te zetten ( Jij moet het volk bij God vertegenwoordigen en hun geschillen aan Hem voorleggen ). Jetro besefte dat Mozes niet een leider was, maar een geestelijk leider. Een leider brengt het volk van de ene naar de andere plaats, maar een geestelijk leider vertegenwoordigt het volk bij God: alleen zo zouden ze het land Kanašn kunnen bereiken. Een belangrijke les voor elke geestelijk leider ook in deze tijd. Het werk kan je zo bezighouden, dat te weinig tijd overblijft om naar God te luister (bijbellezen) en met Hem te spreken (bidden). Deze zg. ďstille tijdĒ moet altijd prioriteit nummer ťťn zijn, om ďgeestelijk scherp te blijven zienĒ.

Het vervolg staat op de pagina Mozes (4).
| Sites | Verantwoording | Sitemap |