Home | Personen in de Bijbel | Mozes
Mozes (5)

Mozes in de fout
Numeri 20: 2, 3: Toen er geen water meer was, liep het volk tegen Mozes en Aäron te hoop. Ze maakten Mozes verwijten. Mozes ging weer naar de Heer. De Heer zei tegen Mozes: ‘Neem de staf en roep met je broer Aäron de Israëlieten bijeen. In hun bijzijn moeten jullie de rots daar bevelen water te geven’ (Numeri 20: 7, 8). Maar dit keer deed Mozes niet wat God had gezegd. Numeri 20: 10, 11: Hij en Aäron lieten iedereen bij de rots samenkomen. ‘Luister, opstandig volk,’ zei Mozes, ‘zullen wij voor u uit deze rots water laten stromen?’ Hij hief zijn hand op, sloeg tweemaal met zijn staf op de rots, en het water stroomde eruit, zodat iedereen te drinken had, en ook het vee.

Mozes geduld met het volk was op, in plaats van tegen de rots te spreken, sloeg hij op de rots. Maar dat was nog niet alles. Mozes ging op de plaats van God staan, dat is af te leiden uit wat hij zei: Luister, opstandig volk ..... zullen wij voor u uit deze rots water laten stromen? Mozes verhief zichzelf, oordeelde het volk en zette God buiten spel. De straf van God kon niet uitblijven (Numeri 20: 12): De Heer zei tegen Mozes en Aäron: ‘Omdat jullie niet op Mij vertrouwd hebben, en in het bijzijn van de Israëlieten geen ontzag hebben getoond voor Mijn heiligheid, zullen jullie dit volk niet in het land brengen dat Ik het geef’.

Gods eer in het geding
Was het nou zo erg wat Mozes deed, iedereen maakt toch fouten? Maar het was meer dan een fout. Mozes ging in de plaats van God staan, waarmee hij de eer van God had aangetast, voor het oog van het hele volk. Juist Mozes, die God kende als geen ander, wist dit. In Jesaja 48 : 11 zegt God: Ik deel Mijn majesteit niet met een ander. De straf van God was gebaseerd op Gods gerechtigheid. Toch liet God Mozes niet vallen, Hij bleef ook daarna nog met Mozes spreken. Vele instructies en geboden gaf God nog, ter voorbereiding van de intocht van het volk in Kanaän. Mozes gaf deze allemaal aan het volk door.

Einde aan het leiderschap
Numeri 27: 12, 13: De Heer zei tegen Mozes: ‘Beklim het Abarimgebergte, zodat je kunt uitkijken over het land dat Ik de Israëlieten geef. Wanneer je het gezien hebt, zul je met je voorouders verenigd worden. Toen vroeg Mozes aan de Heer om eerst een nieuwe leider over Israël aan te stellen. Numeri 27: 18: De Heer zei tegen Mozes: ‘Laat Jozua, de zoon van Nun, bij je komen; hij is een man die geestkracht bezit. Leg hem de hand op’. En zo gebeurde het.

Mozes’ einde
Deuteronomium 34: 1 t/m 7: Toen verliet Mozes de vlakte van Moab en hij beklom de Nebo, een van de toppen van de Pisga, tegenover Jericho. Daar liet de Heer hem het hele land zien: het hele gebied van Gilead tot aan Dan, Naftali, het gebied van Efraïm en Manasse, heel Juda tot aan de zee in het westen, de Negev, de Jordaanvallei en de vlakte bij de palmstad Jericho, tot aan Soar. De Heer zei tegen hem: ‘Dit is het land waarvan Ik aan Abraham, Isaak en Jakob onder ede heb beloofd dat Ik het aan hun nakomelingen zou geven. Ik laat het je nu zien, maar erheen oversteken zul je niet.’ Zo stierf Mozes, de dienaar van de Heer, daar in Moab, zoals de Heer gezegd had. En de Heer begroef hem in een vallei in Moab, tegenover Bet-Peor. Tot op de dag van vandaag weet niemand waar zijn graf is. Honderdtwintig jaar oud was Mozes toen hij stierf. Tot het laatst toe waren zijn krachten niet afgenomen en zijn ogen niet verzwakt.

Na 1500 jaar
Matteüs 17: 1-3: Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met Zich mee een hoge berg op, waar ze alleen waren. Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante, Zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht. Plotseling verschenen aan hen Mozes en Elia, die met Jezus in gesprek waren. Een sprong in de tijd. Jezus stond voor het zwaarste deel van Zijn lijdensweg op aarde. Ter bemoediging kwamen Mozes en Elia uit de hemel voor even terug naar de aarde, om met Jezus te spreken. De drie genoemde leerlingen van Jezus waren daar getuige van. Even onverwachts als Mozes en Elia gekomen waren, waren ze ook weer verdwenen. Zo kwam Mozes ruim 1500 jaar na zijn overlijden toch nog even in het beloofde land. Het gesprek met Jezus was echter belangrijker dan dat feit. Waarom Mozes? Mozes kende God als geen ander.

Mozes en Jezus
Zoals al eerder vermeld was Mozes de middelaar van het oude verbond en Jezus de Middelaar van het nieuwe verbond (Hebreeën 9: 15). Toen Mozes nog leider was van het volk heeft hij zelf ook naar Jezus gewezen, toe hij zei: De Heer heeft toen tegen mij gezegd:....... Ik zal in uw midden profeten laten opstaan zoals jij. (Deuteronomium 18: 17, 18). Later zou Petrus nog eens bevestigen dat hiermee ook op Jezus werd gedoeld. Hij deed dit in een toespraak, waarin hij deze tekst aanhaalde (Handelingen 3: 22 t/m 26). Ook Stefanus haalde deze uitspraak van Mozes aan om op Jezus te wijzen (Handelingen 7: 37).

Tenslotte
We kennen Mozes ook als de auteur van de eerste vijf bijbelboeken: Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium. We kennen Mozes als geestelijk leider, die zichzelf wegcijferde (Exodus 3: 11: Maar wie ben ik.......) en zich wilde opofferen voor het volk (Exodus 32: 32: schrap mij dan maar uit het boek dat U geschreven hebt). We kennen Mozes als een uniek profeet (Deuteronomium 34: 10 t/m 12: Nooit meer heeft Israël een profeet gekend als Mozes, met wie de Heer zo vertrouwelijk omging. Door zijn toedoen heeft de Heer in Egypte tekenen en wonderen laten zien aan de farao en zijn onderdanen, aan heel zijn land. Van alles wat Mozes’ krachtige hand verrichtte en van de daden waarmee hij alom ontzag inboezemde, is heel Israël getuige geweest).

Het leven van Mozes kan worden ingedeeld in drie maal veertig jaar:
  1. De eerste periode van veertig jaar in het leven van Mozes stond in het teken van zijn opvoeding aan het Egyptische hof.
  2. De tweede periode van veertig jaar, waarin Mozes schaapherder was, waren de jaren waarin God Mozes omvormde tot een bruikbaar instrument in Zijn dienst.
  3. De derde periode van veertig jaar, waarin Mozes het volk Israël uit Egypte, en door de woestijn leidde tot aan het beloofde land.
Mozes werd geroepen tot zijn belangrijke taak toen hij tachtig jaar oud was, na een gedegen aardse en geestelijke opleiding. Hij mocht actief zijn in de dienst van zijn Heer totdat hij niet meer kon. Deuteronomium 31: 1, 2: Hierna sprak Mozes de Israëlieten opnieuw toe. Hij zei: ‘Ik ben nu honderdtwintig jaar oud en niet in staat om nog langer leiding te geven’. Op hem was van toepassing wat David later zou zeggen (Psalm 69: 10): De hartstocht voor Uw huis heeft mij verteerd.
| Sites | Verantwoording | Sitemap |