Home | Tussen God en ons
Onze zonden

Wat is zonde
Als wij iets jammer vinden zeggen we vaak: dat is zonde zeg. Het gaat dan bijv. om een gemiste kans. Het begrip zonde heeft in de bijbel een betekenis die veel verder gaat. Zonde is in de Bijbel alles wat wij doen of bedenken tegen Gods wil.

Zonde in de wereld
God had de wereld aanvankelijk goed en zonder zonde geschapen. Maar de eerste mensen lieten zich door de duivel verleiden om tegen God in opstand te komen (Genesis 3). Zij overtraden Zijn geboden en hebben daardoor de wereld voorgoed “besmet” met de zonde. Sindsdien worden alle mensen onder de zonde geboren. Zelfs de kleinste baby is daardoor een zondaar in de dop. En behalve deze “erfenis” zondigen wij allemaal zelf ook. Het komt dus van twee kanten. Het lukt helaas niemand meer om zonder zonden te leven.

En toch eist God van ons dat we geen zonden doen. Kan God dat wel van ons eisen? Ja, die eis was er al in het begin, toen er nog niet gezondigd was. Het is de mens zelf die ervoor heeft gekozen om te zondigen. En nu zijn wij als mensen in de problemen gekomen. Gods heeft deze wereld Zelf geschapen en ook de mensen heeft hij gemaakt. Het is Zijn goed recht om een zondeloze wereld te willen, want zo had Hij deze wereld bedoeld.

Gods spijt
De toorn van God over de zonde in de wereld, en ook over onze eigen zonden, was zeer groot. Hij wilde een wereld waarin Hij van de mensen kon genieten en niet een wereld vol mensen die zich tegen Hem zouden keren of Zijn bestaan zelfs zouden ontkennen. Hij had er daarom spijt van dat Hij de wereld had gemaakt. In Genesis 6 : 5 en 6 staat: De Heer zag dat alle mensen op aarde slecht waren: alles wat ze uitdachten was steeds even slecht. Hij kreeg er spijt van dat Hij mensen had gemaakt en voelde Zich diep gekwetst. En toch hield God teveel van Zijn eigen schepping om deze te vernietigen. Hij hield en houdt ook van de mensen, ondanks hun zonden.

Misschien herken je deze situatie wel uit de mensenwereld. Ouders die ontzettend kwaad kunnen zijn op een kind en tegelijkertijd toch ook heel veel van dat kind houden. God zocht in Zijn Wijsheid een oplossing voor de ontstane situatie. God wilde wel verder met deze wereld, maar Hij wilde ook dat de mensheid gestraft zou worden voor de opstand tegen Hem en voor alle zonden die daarna, elke dag maar weer, werden en worden gedaan. God zag dat geen mens in staat zou zijn om die straf te dragen en om Zijn toorn te stillen.

De redding van God
In plaats van de vernieting van de wereld, koos God voor het tegenovergestelde, de redding van de wereld. En hij deed dit op een unieke manier. Hij besloot om Zijn eigen Zoon als mens op de aarde geboren te laten worden. Zodat Hij, als God en mens tegelijkertijd, de straf over de zonden zou kunnen dragen en zo Gods toorn zou kunnen stillen. Johannes 3 : 16 en 17: Want God had de wereld zo lief dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. God heeft Zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door Hem te redden.

Jezus Christus zou, als Zoon van God, Zelf geen zonden doen. En zo kon Hij, als een “schaap” worden “geslacht”, om de zonden te verzoenen. Jesaja 53 : 7: Hij werd mishandeld, maar verzette Zich niet en deed Zijn mond niet open. Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid, als een ooi die stil is bij haar scheerders deed Hij zijn mond niet open.
In de tijd van het oude testament was het een wet van God om een bok te nemen, dat geofferd moest worden voor de zonden van het volk. Leviticus 16 : 21: Hij legt dan zijn beide handen op de kop van de bok en spreekt alle wandaden en vergrijpen van de Israëlieten openlijk uit, alle zonden die ze hebben begaan. Zo legt hij alle zonden op de kop van de bok. Daarna moet hij het dier de woestijn in sturen, onder de hoede van iemand die daarvoor is aangewezen.
Die oud-testamentische offers kwamen echter steeds terug, omdat deze nooit voldoende waren om de straf op de zonden te dragen. Leviticus 16 : 34: Deze bepaling blijft voor jullie voor altijd van kracht: eenmaal per jaar moet voor de Israëlieten verzoening bewerkt worden voor al hun zonden. De (op)offering van Jezus Christus zou echter voldoende zijn om de straf van God te dragen. Zijn offer was daarom het laatste offer dat nodig was.

Het voorbeeld van de steen
Dat is allemaal maar moeilijk te begrijpen. Dat komt onder andere omdat wij niet kunnen peilen hoe groot Gods toorn en teleurstelling over de zonden van de mensheid was en is. Soms helpt het om een voorbeeld te gebruiken. Stel je Gods toorn eens voor als een heel grote steen, die op de mensheid drukt. Veel mensen ervaren die druk en staan met hun handen omhoog om de steen omhoog te houden. Dit is echter niet vol te houden. Er zijn ook mensen die de steen niet zien en geen idee hebben wat hen letterlijk boven het hoofd hangt. En weer anderen willen het niet weten en doen alsof die steen er niet is.

En dan komt Jezus. Hij gaat midden onder de steen staan en tilt hem hoger op. Als Zoon van God heeft Hij de kracht om dat te doen. Vervolgens roept Hij de mensen op om onder de steen vandaan te gaan. De volgelingen van Jezus gaan onder de steen vandaan en worden zo gered. Degenen die niet luisteren blijven onder de toorn van God. Jezus waarschuwt hen dat Hij eens onder de steen vandaan zal stappen en dat de steen hen dan zal verpletteren. Ook de christenen roepen uit alle macht naar degenen die nog onder de steen zijn. Nog steeds komen er mensen onder de steen vandaan en worden gered. Een aantal blijft echter achter en gaat hun ondergang tegemoet.

Jezus vernederd
Jezus heeft als Zoon van God een diepe vernedering ondergaan. Jezus de Koning der koningen, kwam op aarde als een verschoppeling en ging de weg van de vernedering. Hij werd uiteindelijk, onschuldig als Hij was, aan het kruis geslagen om de straf van God te dragen. Dit kostte Hem Zijn leven. Maar de toorn van God was gestild. Hij werd voor ons de zondebok en stierf voor ons. Het vonnis werd aan Hem voltrokken. Nu is onze dood geen straf meer op de zonde, maar een doorgang naar het leven met God. Want Jezus deed meer: Hij stond ook weer op uit de dood. Hij heeft de dood overwonnen. Nu weten wij dat de dood ons niet kan vasthouden, maar dat wij als volgelingen van Christus, net als Christus Zelf, zullen opstaan in een nieuw leven.

Je gaat pas echt iets begrijpen wat Jezus voor ons heeft gedaan als je beseft hoe erg het met ons mensen was gesteld. Jezus heeft niet minder dan de relatie tussen God en de mensen hersteld. Daar heeft Hij Zichzelf voor opgeofferd. In plaats van vernietigd te worden onder de toorn van God, die was ontbrand over onze zonden, neemt Hij ons nu aan als Zijn eigen kinderen. En dat door het geloof in Jezus Zijn Zoon. God offerde Zijn enige Zoon, om er velen (zonen en dochters) voor terug te krijgen. Als God Zijn eigen Zoon opoffert voor ons, dan moet Hij wel heel veel van ons houden! Zouden wij er dan niet alles voor over moeten hebben, om tegen de zonden te vechten en te proberen in alles Zijn wil te doen?

Een ander leven
Daarom is geloven in de redding van Jezus meer dan een verzekeringspremie. Onze redding is één ding, maar leven tot eer van God is twee. Als het alleen om onze redding gaat, zouden we daarin nog heel egoïstisch kunnen zijn. Het moet er ons om gaan dat wij God geen verdriet meer willen doen met onze zonden. Dat wij Hem willen behagen, Hem willen dienen met de gaven die hij ons geeft. En uiteindelijk heel dicht bij Hem willen komen. Bovendien heeft God recht op onze eeuwige lofprijzing.

Velen gelovigen vóór ons hebben de strijd tegen de zonden gekend en zijn hun weg biddend gegaan. Enkele voorbeelden uit de Psalmen.
  • Psalm 25 : 7: Denk niet aan de zonden uit mijn jeugd, maar denk met liefde aan mij en laat Uw goedheid spreken, Heer.
  • Psalm 25 : 18: Zie mij in mijn nood, in mijn ellende, vergeef mij al mijn zonden.
  • Psalm 51 : 11: Sluit Uw ogen voor mijn zonden en doe heel mijn schuld teniet.
Zonde is, zoals in het begin al gezegd, alles wat wij doen of bedenken tegen Gods wil. Wij kennen Gods wil maar ten dele. Als God zegt dat wij niet mogen stelen, dan weten we dat stelen zonde is. Voor veel dingen staat niet precies in de Bijbel of het goed of fout is. Toch leert God ons, doordat wij ons in de Bijbel verdiepen, steeds beter te beoordelen wat Hij van ons vraagt (en wat niet). En het is de Heilige Geest Die onze ogen opent, om de juiste keuzes te kunnen maken. We zullen echter nooit “zondeloos” kunnen leven in deze wereld. Het is vaak teleurstellend om te moeten ervaren dat wij, ondanks alle goede bedoelingen, toch weer de fout in gaan. Maar God wil ons helpen om de strijd tegen de zonde vol te houden.

Enkele aanwijzingen voor het nieuwe leven, waarin we de zonden niet meer willen doen, maar juist willen bestrijden, beschrijft Paulus in Efeziërs 4: 25 t/m 32: Leg daarom de leugen af en spreek de waarheid tegen elkaar, want wij zijn elkaars ledematen. Als u boos wordt, zondig dan niet: laat de zon niet ondergaan over uw boosheid, geef de duivel geen kans. Laat wie steelt niet meer stelen, maar eerlijk de kost verdienen door zelf hard te werken om iets weg te kunnen geven aan wie het nodig heeft. Laat geen vuile taal over uw lippen komen, maar alleen goede en waar nodig opbouwende woorden, die goed doen aan wie ze hoort. Maak Gods Heilige Geest niet bedroefd, want Hij is het stempel waarmee u gemerkt bent voor de dag van de verlossing. Laat alle wrok en drift en boosheid varen, alle geschreeuw en gevloek, en alle kwaadaardigheid. Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft.

Sommige mensen denken dat het niet meer nodig is om te bidden voor de vergeving van de zonden. Jezus heeft toch de straf gedragen en de toorn van God over de zonden gestild? De zonden zijn nu toch vergeven? Zeker, maar wij zondigen toch nog elke dag. Zolang we nog niet zijn bevrijd uit het zondige harnas van deze wereld, zullen we God nog steeds verdriet doen met onze zonden. Want Jezus heeft de zonden verzoend, maar de wereld, vol van zonden en verleiding bestaat nog steeds! De zonden zijn er nog steeds, ook in ons leven, al hoeven ze geen belemmering meer te zijn om tot God te naderen, om kind van God te worden in Jezus Naam. In de strijd tegen de zonden roept Jezus Zelf ons op om geen water in de wijn te doen, Johannes 8 : 11: Ga naar huis, en zondig vanaf nu niet meer.
| Sites | Verantwoording | Sitemap |