Home | Meditaties
Open je hart

Openbaring 3 : 14 t/m 22 (zie de rode letters).

Soms zijn we zo druk met allerlei dingen dat we vergeten (zijn) waarvoor we het allemaal doen. De activiteiten die we doen zijn dan een doel op zich geworden. Aan het begin van een nieuw jaar hebben veel mensen goede voornemens. Ze gaan dan aan de slag en constateren halverwege het jaar dat het beoogde doel niet zal worden gehaald. Ongemerkt verdwijnt het doel achter de horizon omdat de dagelijkse bezigheden je helemaal opeisen. Dat hoeft op zich niet erg te zijn. Maar als Jezus ons erop attent maakt dat wij het belangrijkste doel uit het oog zijn verloren, wordt het anders. Dan is er alle reden om naar Hem te luisteren.

Schrijf aan de engel van de gemeente in Laodicea: Dit zegt Amen, de trouwe en betrouwbare Getuige, het begin van Gods schepping:
De schrijver van dit bijbelboek, Johannes, krijgt opdracht om een brief te schrijven aan de engel, de voorganger, van de gemeente in Laodicea. Het gaat hier over Jezus Zelf, hier aangeduid als Amen, de trouwe en betrouwbare Getuige, het begin van Gods schepping. Het is Jezus Zelf, Die deze opdracht geeft en deze brief dicteert. Dat betekent dat de boodschap belangrijk is. En hoewel de brief is gericht aan de gemeente van Laodicea, kunnen alle plaatselijke gemeentes en alle christenen hiervan leren.

Ik weet wat u doet, hoe u niet koud bent en niet warm. Was u maar koud of warm! Maar nu u lauw bent in plaats van warm of koud, zal Ik u uitspuwen.
Jezus valt direct met de deur in huis. Het is een ernstige klacht die Hij zonder omwegen naar voren brengt. Het aanvankelijke doel van de gemeente, om gemeente van Jezus Christus te zijn en voor Hem te leven, is volledig achter de horizon verdwenen. De activiteiten die ze in Laodicea doen, zijn doelen op zich geworden. Werken, zonder na te denken waarvoor. Ze worden niet meer aangestoken door Gods liefde. Het volgen van Jezus is naar de achtergrond verdwenen. Laten we deze gemeente niet te snel veroordelen, maar goed luisteren in hoeverre de klacht van Jezus ook ons aangaat.

Door die lauwheid is de gemeente van Laodicea voor Jezus een onsmakelijk geheel geworden. De tekst behoeft nauwelijks te worden toegelicht. In dit vers klinkt ook de teleurstelling van Jezus door. Wat is er overgebleven van de relatie tussen de Herder en Zijn schapen? Beseffen ze nog wel dat ze niet buiten Hem kunnen? Welke conclusie moet Jezus trekken uit het feit dat Zijn liefde voor Zijn gemeente niet meer wordt beantwoord? Het is voor Hem onverdraaglijk geworden. Maar Hij is nog niet uitgesproken.

U zegt dat u rijk bent, dat u alles hebt wat u wilt en niets meer nodig hebt. U beseft niet hoe ongelukkig u bent, hoe armzalig, berooid, blind en naakt. Daarom raad Ik u aan: koop van Mij goud dat in het vuur gelouterd is, en u zult rijk zijn; witte kleren om u te kleden en uw naaktheid te bedekken, zodat u zich niet meer hoeft te schamen; zalf voor uw ogen, zodat u weer kunt zien.
Want Jezus laat nu zien dat ze Hem helemaal zijn vergeten. Ze denken aan niets gebrek te hebben, van Niemand afhankelijk te zijn, omdat ze rijk zijn. Hier wreekt zich weer het gevaar van de rijkdom. Jezus had op aarde al eens gezegd dat het moeilijk is voor een rijke om in de hemel te komen. Van volgelingen van Jezus zijn ze nu tegenstanders van Jezus geworden, zonder dat ze dat beseffen. Maar Jezus beoordeelt hen niet naar hun materiële situatie. Hij beoordeelt hen naar hun geestelijke situatie. En dan zijn ze niet rijk, maar ongelukkig, armzalig, berooid, blind en naakt.

Hij probeert hen dat duidelijk te maken door enkele adviezen te geven. Ze moeten goud kopen van Jezus, dat in het vuur gelouterd is, om rijk te worden. Gelouterd wil zeggen dat het echt goud is, waar ze echt rijk van worden. Maar Jezus bedoelt dan geen aards goud, maar hemels goud, goud waarmee je in de hemel kunt komen. Dat hemels goud is de beloning voor het volgen van Jezus. Jezus brengt hen in herinnering waar het in de gemeente om draait.

Hij adviseert tevens om witte kleren aan te doen, om hun naaktheid te bedekken, om daarmee af te dekken wat het daglicht niet kan verdragen. De gemeente van Laodicea wordt erop gewezen dat ze in zonden leven en dat dit zo niet kan blijven. Bovendien raadt Jezus hen aan om zalf op hun ogen te smeren, zodat ze gaan zien in welke verderfelijke situatie ze terecht zijn gekomen.

Iedereen die Ik liefheb wijs Ik terecht en bestraf Ik. Zet u dus volledig in en breek met het leven dat u nu leidt.
Jezus is niet alleen boos en teleurgesteld, Hij laat ook Zijn hart spreken. Hij houdt nog steeds van de gemeente in Laodicea en laat hen dat nu weten. Jezus gaat terug naar waar het in een relatie om gaat: de liefde. Aan zijn liefde voor hen en voor ons ligt het niet. Het zijn Zijn volgelingen, die het steeds af laten weten. Om Zijn volgelingen niet verloren te laten gaan is het nodig dat Hij deze gemeente bestraft en terecht wijst. Dat is geen wraakoefening, maar een reddingsmiddel. Ouders straffen hun kinderen uit liefde, om hen op de juiste weg te brengen of te houden: voor hun eigen bestwil. En dat doet Jezus met Zijn volgelingen: uit liefde, om hun eigen bestwil.

Laodicea moet zich nu volledig gaan inzetten, in plaats van lauw te zijn, en zorgen voor een radicale omkeer in hun leven als gemeente. Ze moeten een ander leven gaan leiden en zich opnieuw keren tot (de dienst aan) God. Dat wordt vaak bekering genoemd. Alles goed en wel, maar gaat "bekeren" hier niet te ver? Is dat niet een woord voor de heidenen (mensen die nog zonder God leven)? De mensen van Laodicea zijn toch niet ongelovig? Toch laat Jezus zien hoe ernstig het is gesteld met deze gemeente. Ook gelovigen kunnen een heel verkeerde weg inslaan, met alle risico's van dien. Ook gelovigen zijn zondaren, die geneigd zijn om hun eigen behoeftes boven die van God te stellen. En dan is een radicale omkeer nodig om weer in het goede spoor te komen.

Ook gelovigen moeten zich steeds bekeren. Als we zondigen staan we met onze rug naar God toe en met ons gezicht naar de wereld. Bekering houdt in dat we ons omdraaien en weer met ons gezicht naar God toe gaan staan. Onze rug wordt dan weer naar de wereld gedraaid, waarmee we die wereld met al haar verleidingen buitensluiten. De oproep van Jezus tot bekering geldt voor ons allemaal. Bekering moet steeds opnieuw. Is noodzakelijk maar ook moeilijk. Het loslaten van de zonde is nl. heel moeilijk. Dan kan bekering een dagelijks biddend gevecht zijn, tegen jezelf en met hulp van God. En in naam van Jezus, die voor jouw zonden aan het kruis betaalde.

Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik binnenkomen, en We zullen samen eten, Ik met hem en hij met Mij.
En dan komt Jezus bij de kern van Zijn spreken. Het gaat hier onmiskenbaar over de deur van ons hart. In het voorafgaande liet Jezus Zijn hart spreken door te zeggen dat Hij nog steeds van ons houdt. Nu spreekt Hij de gemeente van Laodicea, en daarmee ons, aan op de gesteldheid van ons hart. Hij wijst erop dat de liefde voor Hem uit ons hart moet komen.

Dit vers typeert precies hoe Jezus met ons omgaat. Hij dringt Zich niet op en breekt niet bij ons in. Dat doet de duivel wel. Die is schaamteloos en probeert elk christen achter Jezus vandaan te krijgen. Alle middelen zijn daarbij in zijn ogen gewettigd. Jezus laat de verantwoordelijkheid bij ons, om zelf de deur voor Hem open te doen. Je kunt ook zeggen: Hij wil dat Zijn liefdesverklaring door ons wordt beantwoord.

Jezus stáát niet alleen voor de deur, maar Hij klopt ook aan. Dat betekent dat Hij iedereen aanspreekt met Zijn evangelie van eeuwige verlossing en genade. Niemand in een land als Nederland kan zeggen: dat heb ik nooit geweten. Hij klopt aan bij iedereen die ervan hoort.

Het is voor mensen niet mogelijk om over andermans hart te oordelen, maar ik ben wel bang dat er nog vele deuren op slot zitten. Jezus blijft echter aankloppen, en het is nooit te laat om open te doen. Als iemand naar Jezus luistert en naar Zijn stem hoort dan zal Hij ook daadwerkelijk binnenkomen. Op Jezus kun je vertrouwen, Hij loopt niet op het laatste moment weg. Misschien is iemand bang dat Hij zal zeggen: "o, ben jij het, nee dan ga ik toch maar weer weg". Die angst is ongegrond. Jezus is dolblij als Hij binnen mag komen. Hij wil graag bij ons inwonen. Dat doet Hij door Zijn Geest, Die wij de Heilige Geest noemen.

We zullen samen eten, zegt Jezus. Dat wil zeggen dat Hij het gewone leven van elke dag met ons wil delen. Hij wil met ons meeleven, letterlijk en figuurlijk. Hij wil samen met ons blij zijn, en samen met ons de lasten van het leven dragen. Dan worden die lasten ook lichter. Hij wil ons helpen om te gaan zien wie we zijn en waartoe wij bestemd zijn. Hij wil ons uittillen boven dit aardse leven "onder de zon" en ons laten zien dat onze doelstellingen op een hoger niveau liggen. Geen aardse rijkdom maar hemelse schatten. Hij wil ons laten zien hoe rijk het leven van een christen kan zijn, door dat samen met Hem te leven. Een leven dat geen tijdelijk noodlot is, maar de voorbereiding op een eeuwig feest.

Wie overwint zal samen met Mij op Mijn troon zitten, net zoals Ik zelf overwonnen heb en samen met Mijn Vader op Zijn troon zit.
Bekering is een dagelijks biddend gevecht, schreef ik hiervoor al. Als Jezus bij ons binnenkomt wil Hij ons helpen met dat gevecht. Zo helpt Hij ons door Zijn Geest ook met bidden. Met Zijn hulp zullen wij overwinnen. Op eigen kracht kunnen wij dat niet. Overwinnen houdt in dat wij de strijd, om christen te blijven en Jezus te blijven volgen, volhouden tot het einde toe. Dan zullen wij daarna ons "genadeloon" ontvangen. We zullen met Jezus op Zijn troon mogen zitten. Dat geeft aan welke belangrijke positie ons zal worden toebedeeld. Om dan voor altijd dicht bij Jezus en bij onze Vader te zijn: wie kan iets beters bedenken?

Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.
Een afsluitende opmerking van Jezus, maar niet zonder belang. Wie heeft er nou géén oren? Iedereen immers. Daarmee wijst Jezus opnieuw op onze verantwoordelijkheid om Zijn woorden serieus te nemen en de deur van ons hart voor Hem te openen. Hij spreekt ons aan met Zijn Geest, die klaarstaat om in ons hart te komen wonen. Aan Hem zal het niet liggen.
| Sites | Verantwoording | Sitemap |