Home | Personen in de Bijbel | Paulus | Paulus (5)
Paulus (4)

En weer bevrijd
Door een enorme aardschok die de grond deed trillen, sprongen alle deuren van de gevangenis open en sprongen alle boeien bij de gevangenen los (Handelingen 16: 25,26). Een aardbeving zou je denken, maar dan wel een met een bijzonder gevolg. De gevangenis stortte niet in, ook niet ten dele, maar alleen de boeien schoten los en de deuren sprongen open. Er waren ook geen slachtoffers te betreuren. Dit was Gods werk, Die er ook voor zorgde dat de gevangenen niet vluchtten. Dit was Gods antwoord op de lof die Paulus en Silas Hem toezongen.

God als Bevrijder, zoals David dat eens mocht ervaren. Psalmen 18: 1-4: Voor de koorleider. Van David, de dienaar van de Heer. Hij sprak de woorden van dit lied tot de Heer toen de Heer hem aan de greep van zijn vijanden had ontrukt, ook aan die van Saul. Hij zei: Ik heb U lief, Heer, mijn sterkte, Heer, mijn rots, mijn vesting, mijn bevrijder, God, mijn steenrots, bij U kan ik schuilen, mijn schild, kracht Die mij redt, mijn burcht. Ik roep: ‘Geloofd zij de Heer,’ want ik ben van mijn vijanden verlost.

De gevangenbewaarder gered
De gevangenbewaarder dacht dat alle gevangen waren ontsnapt en wilde zelfmoord plegen. Handelingen 16: 28: Maar Paulus riep hem luidkeels toe: ‘Doe uzelf niets aan, we zijn immers nog allemaal hier!’ Door dit onbegrijpelijke positieve gevolg van de aardschok, moet de gevangenbewaarder overtuigd zijn geraakt van de goede bedoelingen van Paulus en Silas. Mogelijk was hij al genegen geweest om naar hen te luisteren, maar hij zal zeker onder de indruk zijn geraakt van hun gebeden en lofliederen in de gevangenis. Daarom vroeg hij aan Paulus en Silas wat hij moest doen om gered te worden.

Handelingen 16: 31-34: Ze antwoordden: ‘Geloof in de Heer Jezus en u zult gered worden, u en uw huisgenoten.’ En ze verkondigden het woord van de Heer aan hem en aan iedereen die bij hem woonde. Hoewel het midden in de nacht was, nam hij hen mee en maakte hun wonden schoon. Meteen daarna werden hij en zijn huisgenoten gedoopt. Hij bracht hen naar zijn woning boven de gevangenis en zette hun daar een maaltijd voor. Hij en al zijn huisgenoten waren buitengewoon verheugd dat hij nu in God geloofde.

De stadsbestuurders besloten om Paulus en Silas vrij te laten. Maar Paulus had nog iets recht te zetten: zij waren zonder vorm van proces geslagen en gevangengenomen. Paulus vertelde dat hij en Silas Romeinse staatsburgers waren en vroeg om een publieke vrijgeleide door het stadsbestuur. Dit gebeurde, waarna hij en Silas naar het huis van Lydia gingen en daar de andere gelovigen ontmoetten. Daarna vertrokken Paulus, Silas en Timoteüs naar Tessalonica.

Tessalonica en Berea
In Tessalonica debatteerde Paulus drie sabbatten in de synagoge, met als gevolg dat sommige Joden tot bekering kwamen. Ook veel Grieken en vrouwen uit hogere kringen sloten zich bij hem aan. Jaloerse Joden zorgden echter voor een oproer, zodat Paulus, Silas en Timoteüs ’s nachts de stad moesten verlaten. Zij gingen naar Berea, waar veel Joden en Grieken tot geloof kwamen. De oproerkraaiers uit Tessalonica kwamen ook naar Berea, waardoor de gelovigen Paulus naar de kust stuurden en hem vandaar naar Athene brachten. Silas en Timoteüs bleven in Berea (Handelingen 17: 1-15).

Athene
In Athene kwam Paulus toch in ander vaarwater terecht. Het was een stad waar veel wetenschappers, vooral filosofen en historici, dagelijks de degens kruisten. Tevens was de stad het centrum van de Griekse afgodendienst. Paulus keek verbaasd naar alle afgodsbeelden die de stad rijk was. Zoals gewoonlijk zocht hij eerst de Joden op in de synagoge. Daarnaast ging hij naar de agora, de markt, om het evangelie te verkondigen. De filosofen begrepen niets van wat Paulus hen zei, en namen hem mee naar de Areopagus, een grote heuvel in Athene, waar dagelijks denkbeelden werden uitgewisseld. Daar kreeg Paulus de kans om zijn godsdienstige denkbeelden uit te leggen. Paulus probeerde in zijn zijn betoog aansluiting te vinden bij de denkwereld van de Grieken (Handelingen 17: 22-30):
  1. door te vertellen Wie hun onbekende god is
  2. door God als de schepper en onderhouder van de wereld te tekenen
  3. door een Griekse dichter te citeren.
Dat ging allemaal goed, totdat hij hen de opstanding van de Rechtvaardige verkondigde. Toen haakten de mensen af en verzochten hem om nog eens terug te komen voor een volgende sessie. Toch waren er ook mensen die zijn boodschap aanvaardden en tot geloof kwamen. Paulus stond steeds sterk in de overtuiging van de waarheid van het evangelie en liet zich niet intimideren door de dwaasheid van de Griekse afgodendienst.

Hij zou hierover later schrijven in zijn eerste brief aan de Korintiërs: Waar is de wijze, waar de schriftgeleerde, waar de redenaar van deze wereld? Heeft God de wijsheid van de wereld niet in dwaasheid veranderd? Want zoals God in zijn wijsheid bepaalde, heeft de wereld hem niet door haar wijsheid gekend, en hij heeft besloten hen die geloven te redden door de dwaasheid van onze verkondiging. De Joden vragen om wonderen en de Grieken zoeken wijsheid, maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor Joden aanstootgevend en voor heidenen dwaas. Maar voor wie geroepen zijn, zowel Joden als Grieken, is Christus Gods kracht en wijsheid, want het dwaze van God is wijzer dan mensen, en het zwakke van God is sterker dan mensen (1 Korintiërs 1: 20-25).

Korinte
Paulus vervolgde zijn reis en kwam in Korinte. Daar leerde hij Aquila en Priscilla kennen, christelijke Joden die uit Rome waren gevlucht. Het bleek dat zij hetzelfde beroep uitoefenden, nl. tentenmakers / leerbewerkers. Paulus kon goed met hen opschieten en werd door hen in huis genomen. Paulus ging bij hen werken en predikte in zijn vrije tijd, en vooral op de sabbat in de synagoge. Door het verzet van de Joden verruilde hij de synagoge voor het huis van Titius Justus. Veel Korintiërs, evenals de leider van de synagoge, Crispus, kwamen tot geloof en lieten zich dopen.

’s Nachts sprak de Heer tegen Paulus in een visioen. Handelingen 18: 9,10: Wees niet bang, maar blijf spreken en zwijg niet! Ik sta je bij en niemand zal een vinger naar je uitsteken om je kwaad te doen, want veel mensen in deze stad behoren Mij toe. Paulus bleef anderhalf jaar in Korinte om te werken en te preken. Een poging van de Joden om hem veroordeeld te krijgen mislukte echter. De Joden koelden hun woede op Sostenes, de toenmalige leider van de synagoge, die volgeling van Paulus was geworden. Deze Sostenes is vermoedelijk met Paulus meegereisd toen hij uit Korinte vertrok. Dit blijkt uit de latere brief van Paulus aan de gemeente in Korinte, die alsvolgt begint: Van Paulus, apostel van Christus Jezus, geroepen door de wil van God, en van onze broeder Sostenes (1 Korintiërs 1: 1).

De terugreis
Paulus vertrok na enige tijd per schip uit Korinte, en Priscilla en Aquila gingen met hem mee. Onderweg deden ze Efeze aan, waar Aquila en Priscilla achterbleven, waarschijnlijk met als doel om daar het evangelie te gaan verkondigen. Paulus beloofde hen dat hij later in Efeze terug zou komen. Paulus scheepte zich weer in en ging terug naar Syrië. Hij kwam aan in Caesarea, reisde door naar de gemeente in Jeruzalem en ging vervolgens naar Antiochië (Handelingen 18: 18-22).

Het vervolg staat op de pagina Paulus (5).
| Sites | Verantwoording | Sitemap |