Home | Personen in de Bijbel | Paulus | Paulus (7)
Paulus (6)

Terug in Jeruzalem
Korte tijd later trokken Paulus en zijn medewerkers naar Jeruzalem, waar hij onderdak kreeg bij Mnason, een gelovige man afkomstig uit Cyprus. De volgende dag meldde Paulus zich bij Jacobus en de oudsten, waar hij tot in detail vertelde over zijn verkondigingswerk onder de heidenen, en hoe dat door God was gezegend. Dat horende prezen en eerden zij God. Maar toen kreeg Paulus te horen dat hij zich niet aan de afspraken had gehouden. Na de eerste zendingsreis was in AntiochiŽ afgesproken dat de bekeerde heidenen zich niet hoefden te laten besnijden (maar de Joden dus wel!), maar zich dienden te onthouden van wat door de afgodendienst bezoedeld is, van ontucht, van vlees waar nog bloed in zit en van het bloed zelf (Handelingen 15: 20).

Er was echter een klacht van de Joden, Handelingen 21: 21: Nu is hun verteld dat jij de Joden die onder de heidenen wonen aanspoort tot ontrouw aan Mozes; je zou beweren dat ze hun kinderen niet hoeven te besnijden en dat ze zich niet aan de voorschriften hoeven te houden. Paulusí geloofwaardigheid was hier in het geding, en daarom stelde men hem voor om een reinigingsritueel uit te voeren en daarna een offer te brengen. Zo zouden de Joden kunnen zien dat hij zich als Jood ook onderwierp aan de joodse wetten.

Handelingen 21: 27-30: Toen de zeven dagen van de reiniging bijna verstreken waren, zagen Joden uit Asia Paulus in de tempel. Ze grepen hem vast en brachten grote opschudding teweeg onder de tempelbezoekers. Ze schreeuwden: ĎIsraŽlieten, kom ons helpen! Dit is de man die zich telkens weer tegen het Joodse volk keert en tegen de wet en de tempel. Bovendien heeft hij ook Grieken de tempel binnengebracht, en daarmee heeft hij deze heilige plaats ontwijd.í Ze hadden hem namelijk kort tevoren met de EfeziŽr Trofimus in de stad gezien, en ze dachten dat Paulus hem had meegenomen naar de tempel. De hele stad raakte in rep en roer en er ontstond een volksoploop. Paulus werd hardhandig de tempel uit gesleurd, en meteen werden de tempelpoorten gesloten.

In Romeinse handen
De Joden probeerden Paulus te vermoorden, maar de tribuun (de overste van de romeinse legereenheid) wist Paulus uit de handen van de Joden te redden en liet hem naar de kazerne brengen. Bij de trappen begon de menigte echter zo te dringen dat de soldaten hem moesten dragen, want de mensen liepen achter hen aan en schreeuwden: ĎWeg met hem!í (Handelingen 21: 35,36). Dit roept herinneringen op aan de veroordeling van Jezus: Lucas 23: 16-18: 'Dus zal ik (Herodus) hem vrijlaten, nadat ik hem heb laten geselen.í Maar ze begonnen met zijn allen luidkeels te schreeuwen: ĎWeg met hem! Laat Barabbas vrij!í En dan denken wij ook aan wat Jezus Zelf had gezegd in MatteŁs 10: 39: Wie zijn leven probeert te behouden zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van Mij, die zal het behouden.

Paulus kreeg van de tribuun toestemming om het volk toe te spreken en hij deed dit in de Hebreeuwse taal. Hij vertelde de Joden zijn bekeringsgeschiedenis, maar toen hij aangaf dat God hem de opdracht had gegeven om het evangelie onder de heidenen te verkondigen, begonnen ze op nieuw te schreeuwen. De tribuun liet Paulus de kazerne inbrengen en wilde hem onder het toedienen van zweepslagen verhoren. Maar Paulus zei tegen de centurio (hoofdman) dat hij het Romeins burgerrecht bezat, waarna de zweepslagen achterwegen bleven (Handelingen 22: 25-29).

De tribuun liet het sanhedrin bijeenkomen en vroeg hen Paulus te verhoren: hij wilde laten nagaan wat de Joden op Paulus tegen hadden. Paulus probeerde verdeeldheid te zaaien in het Sanhedrin: Handelingen 23: 6-8: Paulus wist dat het Sanhedrin deels uit sadduceeŽn bestond en deels uit farizeeŽn, en daarom riep hij hun toe: ĎBroeders, ik ben een farizeeŽr uit een geslacht van farizeeŽn, en ik sta hier terecht omwille van de verwachting dat de doden zullen opstaan!í Toen hij dit gezegd had, ontstond er onenigheid tussen de farizeeŽn en de sadduceeŽn en raakte de vergadering verdeeld. De sadduceeŽn beweren immers dat er geen opstanding is en dat engelen en geesten niet bestaan, maar de farizeeŽn geloven zowel het een als het ander.

De ruzie in het sanhedrin nam ernstige vormen aan en de tribuun gaf de soldaten opdracht om Paulus weg te halen en terug te brengen naar de kazerne. Toen bleek dat de Joden een aanslag op Paulus hadden beraamd liet de tribuun Paulus ís nachts naar Caesarea brengen, om terecht te staan voor de procurator (stadhouder) Felix. Hij deed er een begeleidend schrijven bij voor Felix. Felix deelde Paulus mee dat hij hem zou verhoren zodra zijn aanklagers zich zouden melden (Handelingen 23: 12-35).

Paulus voor Felix
Die aanklagers waren Ananias, de hogepriester, enkele oudsten en Tertullus, een advocaat. Zij probeerden Felix duidelijk te maken dat Paulus een oproerkraaier was en dat hij had geprobeerd de tempel te ontwijden. Vervolgens werd dit door Paulus ontkend. Felix hield Paulus in gevangenschap en liet hem op gezette tijden halen omdat hij meer wilde weten van het evangelie dat Paulus verkondigde. Felix hoopte dat Paulus hem geld zou aanbieden in ruil voor vrijlating, maar dat gebeurde niet. Zo verbleef Paulus twee jaar in de gevangenis en werd Felix opgevolgd door Porcius Festus (Handelingen 24: 24-27).

Die twee jaar gevangenschap lijkt een verloren tijd, echter wij weten niet wat voor effect de regelmatige evangelieverkondiging op Felix heeft gehad. Felix hoopte dat Paulus hem geld zou geven voor zijn vrijlating, maar in plaats daarvan ontving hij iets wat veel belangrijker was: een oproep tot geloof en bekering. Zijn opvolger Festus ondervroeg Paulus eveneens, in het bijzijn van vele Joden, die hem allerlei beschuldigingen in de schoenen probeerden te schuiven. Paulus beriep zich echter op de keizer en Festus besloot dat Paulus naar de keizer zou gaan (Handelingen 25: 1-12).

Het beroep van Paulus op de keizer kwam niet uit de lucht vallen. Toen Paulus nog in Jeruzalem gevangen zat heeft God Zelf hem opgedragen om voor de keizer te getuigen: Handelingen 23: 11: Die nacht kwam de Heer bij Paulus en zei: ĎHoud moed! Want zoals je in Jeruzalem getuigenis van Mij hebt afgelegd, zo moet je ook in Rome van Mij getuigen.í

Paulus voor Agrippa
Inmiddels was koning Agrippa met zijn vrouw in Caesarea gearriveerd en Festus legde de zaak Paulus aan hem voor. Probleem voor Festus was dat hij Paulus naar Rome moest sturen, maar dat hij geen wezenlijke aanklacht kon bedenken. Agrippa wilde daarom Paulus zelf wel eens horen. En dat gebeurde. Paulus deed uitvoerig verslag van zijn vroegere levenswandel en de hardhandige bekering door Jezus vanuit de hemel. Hij verhaalde van zijn inzet voor de verkondiging van het evangelie, nl. dat Jezus voor de zonden van de mens aan het kruis is gestorven en weer is opgestaan uit de dood.

Toen Festus en Agrippa zich hadden teruggetrokken constateerden zij samen dat Paulus niets had gedaan waar de doodstraf op stond. Agrippa zei: Handelingen 26: 32: Hij had al vrij kunnen zijn als hij zich niet op de keizer had beroepen. Lees de gehele verantwoording van Paulus voor Agrippa in Handelingen 26.

Het vervolg staat op de pagina Paulus (7).
| Sites | Verantwoording | Sitemap |