Home | Personen in de Bijbel | Paulus
Paulus (7)

Paulus op weg naar Rome
De laatste reis van Paulus zou een spectaculair en angstig gebeuren zijn. Hij werd, samen met andere gevangenen, onder leiding van centurio Julius aan boord gebracht van een schip dat van Caesarea naar Sidon voer. Paulus mocht Aristarchus en Lucas meenemen op deze reis, die in Rome zou eindigen. In Sidon liet de centurio Paulus vrij om zijn vrienden aldaar te bezoeken. Het schip verliet Sidon vervolgens en kreeg met ernstige tegenwind te maken. Na een omtrekkende beweging kwam het schip tenslotte in Myra terecht, een kustplaats in Lycië, een streek aan de zuidkust van Klein Azië.

In Myra vond de centurio een schip dat als eindbestemming Italië had en daarop scheepten ze zich in. Met veel moeite vanwege de harde wind bereikten ze de plaats Goede Havens aan de zuidkust van Kreta. Omdat het gevaarlijk was om uit te varen zei Paulus tegen de bemanning: ‘Ik voorzie grote moeilijkheden als we nu uitvaren: niet alleen lopen de lading en het schip gevaar, maar ook onze levens.’ Maar de centurio stelde meer vertrouwen in de stuurman en de kapitein dan in de woorden van Paulus. Omdat de haven ongeschikt was voor overwintering, nam de meerderheid het besluit uit te varen in de hoop Feniks te bereiken, een haven op Kreta die bescherming biedt tegen de zuid- en noordwestenwind, en daar te overwinteren (Handelingen 27: 10-12).

Maar Feniks werd helaas niet bereikt en ze lieten zich met de stroom meedrijven. Ze waren door de harde wind genoodzaakt de volgende maatregelen te nemen:
  1. De romp van het schip moest worden verstevigd met touwen.
  2. een deel van de lading moest over boord worden gezet.
  3. de dag daarop moest de scheepsuitrusting over boord worden gezet.
God houdt de leiding
Handelingen 27: 21-26: Toen sprak Paulus de opvarenden als volgt toe: ‘Had maar naar mij geluisterd, dan waren we op Kreta gebleven. Dan waren ons deze moeilijkheden bespaard gebleven en was er niets verloren gegaan. Maar toch roep ik jullie op om moed te houden, want niemand van jullie zal omkomen, alleen het schip zal verloren gaan. De afgelopen nacht werd ik namelijk bezocht door een engel van de God aan wie ik toebehoor en Die ik dien. Hij zei: Wees niet bang, Paulus, je moet voor de keizer verschijnen, en daarom heeft God je in Zijn goedheid het leven van alle opvarenden geschonken. Houd dus moed, mannen, want ik stel vertrouwen in God en verwacht dat het zo zal gaan als me gezegd is. We zullen stranden op een of ander eiland’.

Toen ze in ondiep water kwamen gingen ze voor anker. Toen de bemanningsleden in de sloep wilden gaan om de boegankers uit te brengen, zei Paulus tegen de centurio en de soldaten: Als zij niet aan boord blijven, kunnen jullie niet worden gered (Handelingen 27: 31). De centurio luisterde dit keer wel naar Paulus en liet de touwen van de sloep kappen. Voor het aanbreken van de dag spoorde Paulus iedereen aan om iets te eten. Handelingen 27: 35-37: Toen hij dat gezegd had, nam hij een stuk brood, dankte God in aanwezigheid van allen, brak het brood en begon te eten. Dat gaf de anderen moed, zodat ook zij gingen eten. In totaal waren we met tweehonderdzesenzeventig mensen aan boord.

De schipbreuk
Toen het licht werd zagen ze een baai met een strand, maar ze wisten niet waar ze waren. Ze lichtten het anker en probeerden naar de kust te drijven. De voorkant van het schip kwam echter op een zandbank terecht, waarna het achtersteven begon af te breken. De soldaten wilden de gevangenen doden om te voorkomen dat ze zouden ontsnappen door weg te zwemmen. Maar de centurio verhinderde dat en gaf opdracht om te proberen aan land te komen. Allen kwamen behouden aan de wal.

Zo kon Paulus opnieuw een negatieve ervaring toevoegen aan wat hij al had meegemaakt. We lezen dat in 2 Korintiërs 11: 23-28: Ik heb harder gezwoegd, heb vaker gevangengezeten, heb veel meer lijfstraffen ondergaan, ben vaker in doodsgevaar geweest. Door de Joden ben ik vijfmaal met veertig min één zweepslagen gestraft, ik ben driemaal met stokslagen gestraft, ik ben eenmaal met stenen bekogeld en heb driemaal schipbreuk geleden. Eén keer heb ik een heel etmaal op zee rondgedreven. Voortdurend was ik onderweg, bedreigd door rivieren, rovers, volksgenoten en vreemdelingen, in gevaar in de stad, in de woestijn, op zee en te midden van schijngelovigen. Ik heb gezwoegd en geploeterd, vaak zonder te slapen, hongerig en dorstig, vaak zonder te eten, verkleumd en zonder kleren. En dan laat ik al het andere nog buiten beschouwing: de druk waaronder ik dagelijks sta vanwege mijn zorg voor de gemeenten.

Op Malta
En daar zaten ze dan: de bemanning van het vergane schip, de romeinse legereenheid en de gevangenen. De vriendelijke eilandbewoners vertelden hen dat ze op Malta waren. Redelijk in de buurt van hun einddoel Rome, geografisch gezien, maar toch ook nog heel ver daarvan verwijderd: want voorlopig zaten ze op dit eiland vast vanwege de winter. Het was koud en het regende. De bewoners maakten een groot vuur voor hen aan, waaraan zij zich konden warmen. Paulus had een bos dor hout verzameld en legde die op het vuur.

Er kwam echter, door de hitte gedreven, een slang uit het vuur kruipen en beet zich vast in de hand van Paulus. De Maltezers geloofden dat Paulus wel een moordenaar moest zijn, die nu alsnog door de de godheid Dikè werd gestraft. Want de slang zou ongetwijfeld een dodelijke beet hebben toegebracht, waardoor Paulus weldra dood zou neervallen. Maar Paulus schudde de slang van zich af en er gebeurde helemaal niets. Toen dachten de Maltezers dat Paulus zelf wel een godheid zou zijn.

Genezingen op Malta
De bestuurder van het eiland, Publius, ontving hen op zijn landgoed en verleende hen allen voor drie dagen onderdak. De vader van Publius lag met koorts en buikloop op bed. Hij was ernstig ziek, maar Paulus legde hem de handen op en bad voor hem en de man werd genezen. Paulus zal ongetwijfeld het evangelie hebben verkondigd van de vergeving van de zonden door het geloof in Jezus Christus, waar de genezing het teken van was.

We denken dan aan Jezus uitspraak: ’Wat is gemakkelijker, te zeggen: Uw zonden zijn u vergeven of: Sta op en loop? Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’ En Hij zei tegen de verlamde: ‘Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis’. En onmiddellijk stond hij voor de ogen van alle aanwezigen op, pakte het bed waarop hij altijd had gelegen en vertrok naar huis, terwijl hij God loofde. (Lucas 5: 23-25). Na de genezing van de vader van Publius kwamen nog vele andere zieke Maltezers naar Paulus toe en werden allen door hem genezen.

Naar Rome
Na drie maanden op Malta te zijn geweest zeilden ze naar Syracuse, een stad op Sicilië, waar ze drie dagen verbleven. Toen verder naar Regium, waar ze overnachtten en de volgende dag doorvoeren naar Puteoli. Paulus kreeg toestemming om een week door te brengen met de christenen aldaar. Daarna ging het gehele gezelschap te voet richting Rome. Onder weg kwamen de christenen uit Rome hen al tegemoet. Toen Paulus hen zag dankte hij God en vatte moed: er stond hem nog wel iets te wachten! In Rome aangekomen kreeg Paulus een woning toegewezen waar hij mocht verblijven, met een soldaat als bewaker.

In Rome aangekomen riep Paulus de Joden bij zich, om hen op de hoogte te stellen van de reden van zijn komst en gevangenschap. De Joden hadden daar echter nog niets over gehoord en waren benieuwd naar de boodschap die Paulus verkondigde en waar kennelijk de onenigheid over was ontstaan. Handelingen 28: 23,24: Ze maakten een afspraak en kwamen op de vastgestelde dag in grote getale naar hem toe. Van de ochtend tot de avond legde Paulus getuigenis af en sprak hij uitvoerig met hen over het koninkrijk van God, terwijl hij hen op grond van de Wet van Mozes en de Profeten voor Jezus probeerde te winnen. Sommigen lieten zich overtuigen door zijn woorden, maar anderen bleven ongelovig.

En toen sprak Paulus de ongelovige Joden aan met profetie van Jesaja, Jesaja 6: 9,10: Ga naar dat volk en zeg: ‘Jullie zullen goed luisteren maar niets begrijpen, en jullie zullen goed kijken maar geen inzicht hebben. Want het hart van dit volk is afgestompt, hun oren zijn doof en hun ogen houden zij gesloten. Met hun ogen willen ze niets zien, met hun oren niets horen, met hun hart niets begrijpen. Want anders zouden ze tot inkeer komen en zou ik hen genezen’. En Paulus voegde daar nog aan toe, Handelingen 28: 28: U moet dan ook weten dat God deze boodschap van redding al aan de heidenen bekendgemaakt heeft; zij zullen wel luisteren. Paulus kreeg nog twee jaren de kans om vanuit zijn gehuurde woning in Rome het evangelie te prediken, met vrijmoedigheid en zonder enige belemmering.

Afsluitende opmerkingen
Na twee jaar gevangenschap is Paulus vermoedelijk weer vrijgelaten. Uit andere documenten en bijbelgedeelten blijkt dat hij opnieuw op zendingsreis is geweest. Hij is bijvoorbeeld ook op Kreta geweest. Titus 1: 5: Ik heb je op Kreta achtergelaten om, volgens mijn richtlijnen, de resterende zaken te regelen en in elke stad oudsten aan te stellen. Ook is hij vermoedelijk in Spanje geweest, zoals hij van plan was (Romeinen 15: 24,28). Na enige tijd is hij opnieuw in Rome gevangen gezet. Vanuit de gevangenis heeft hij nog verschillende brieven geschreven aan de gemeenten waar hij is geweest.

Onder de wrede keizer Nero is hij waarschijnlijk, evenals vele christenen in Rome, in een van de arena’s op vreselijke wijze om het leven gebracht. Paulus heeft veel mogen betekenen voor de verspreiding van het evangelie onder de heidenen in Klein-Azië en Europa. Zijn leven was één grote opoffering en lijdensweg, maar hij heeft veel mensen tot bekering zien komen. De zegeningen van God op zijn werk heeft hem op de been gehouden. Zijn werk en zijn brieven zijn vandaag nog steeds van groot belang voor de christelijke gemeente.

De tweede brief aan Timoteüs wordt wel gezien als zijn afscheidsbrief. Hij schreef die als laatste vanuit de gevangenis voordat hij ter dood werd gebracht. 2 Timoteüs 4: 6-8: Mijn bloed wordt al als een offer uitgegoten, het moment waarop ik heenga nadert. Maar ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop volbracht, het geloof behouden. Nu wacht mij de krans van de gerechtigheid die de Heer, de rechtvaardige Rechter, aan mij zal geven op de grote dag; en niet alleen aan mij, maar aan allen die naar zijn komst hebben uitgezien.

| Sites | Verantwoording | Sitemap |