Home | Tussen God en ons
Uitzicht uit het dode dal

Alles is hier tijdelijk
Wij mensen worden geboren, werken, genieten en worden oud, om daarna te sterven. Het leven op aarde is een soort kringloop, maar dan steeds met andere mensen. Prediker 1:4: Generaties gaan, generaties komen, maar de aarde blijft altijd bestaan. Op aarde maakt ieder mens dezelfde dingen mee: Voor alles wat gebeurt is er een uur, een tijd voor alles wat er is onder de hemel. Er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven, een tijd om te planten en een tijd om te rooien (Prediker 3:1,2). De tijdelijkheid kan ons behoorlijk deprimeren: Prediker 3:20: Alles gaat naar dezelfde plaats, alles is uit stof ontstaan en alles keert terug tot stof.

De domper
Dat we na een tijdelijk bestaan gewoon doodgaan legt een domper op ons leven. Het leven hier is eindig. Prediker 8:8: Niemand heeft macht over zijn adem, geen mens kan tegenhouden dat zijn adem vergaat. Niemand heeft macht over de dag waarop hij sterft, geen mens ontvlucht het slagveld van de dood. En dan vraag je je af: Welk voordeel heeft de mens van alles wat hij heeft verworven, al zijn moeizaam gezwoeg onder de zon? (Prediker 1:3). Mensen redeneren daarom vaak alsvolgt: haal eruit wat erin zit, geniet van elke dag, werk je bucketlist af voordat het niet meer kan.

Leven is lijden
Daar komt nog bij dat het leven hier op aarde niet alleen maar plezierig en fijn is, in tegendeel. Ziekte, pijn, werkloosheid, ruzies, schulden, en in het groot: spanningen, oorlog, rampen, terrorisme, enzovoorts, we hebben er allemaal direct of indirect mee te maken. Het is geen wonder dat veel mensen geen levensgeluk ervaren, het niet meer zien zitten of, erger nog, er een eind aan (willen) maken. Ondanks al het goede, dat er ook is, lijkt het alleen maar erger te worden. Het lijkt wel of de slechtheid van de mens de boventoon voert, waar komen anders terrorisme, ruzies en oorlogen vandaan?

De mens slecht?
In de Bijbel kunnen we alles lezen over ons tijdelijke bestaan op aarde. Niet alleen hoe het er aan toe gaat, maar ook hoe het zo gekomen is. Maar dat is niet alles: de Bijbel leert ons ook dat er een uitweg is uit alle ellende. We zullen echter eerst moeten accepteren dat wij mensen slecht zijn, en dat wij Gods hulp nodig hebben. Veel mensen kunnen dat niet accepteren en blijven zich, in allerlei verbanden, met alle macht inzetten voor een rechtvaardige samenleving. Maar helaas: het wordt er niet beter op. Wat zegt de Bijbel dan over die slechtheid van de mens?

Adam en Eva
In het paradijs werden Adam en Eva door de slang verleid om te zondigen, om ongehoorzaam te zijn aan Gods gebod. De slang is de duivel zelf, de grote tegenstander van God: Hij is de slang van weleer, die duivel of Satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt (Openbaring 12:9). Zo is door de duivel de zonde in de wereld gekomen. Want het hield niet op na Adam en Eva. Iedereen na hen werd en wordt in zonde geboren. Ook dat lieve kleine babytje is al een zondig mens. Want door de zonde van Adam en Eva is de zonde als een soort besmetting over alle mensen gekomen. Die zondige aard zorgt ervoor dat iedereen in aanleg slecht is. Genesis 6:5-7: De HEER zag dat alle mensen op aarde slecht waren: alles wat ze uitdachten was steeds even slecht. Hij kreeg er spijt van dat Hij mensen had gemaakt en voelde Zich diep gekwetst. Ik zal de mensen die Ik geschapen heb van de aarde wegvagen, dacht Hij, en met de mensen ook het vee, de kruipende dieren en de vogels, want Ik heb er spijt van dat Ik ze heb gemaakt. Alleen Noach vond bij de HEER genade.

Noach
God liet Noach een grote ark bouwen, waarin hijzelf en zijn vrouw en zijn drie zonen met hun vrouwen binnengingen. Ook ging er een selektie mee van de dieren en de vogels. Toen liet God het veertig dagen en veertig nachten aan een stuk door regenen op aarde. Alles en iedereen kwam om, behalve de bewoners van de ark. Toen de aarde weer droog was gingen Noach en zijn gezin en de dieren en vogels uit de ark. Noach bouwde als eerste een altaar en bracht God een brandoffer. Toen zei God: Nooit weer zal Ik de aarde vervloeken vanwege de mens, want alles wat de mens uitdenkt, van zijn jeugd af aan, is nu eenmaal slecht. Nooit weer zal Ik alles wat leeft doden, zoals Ik nu heb gedaan (Genesis 8:21). De geschiedenis van Noach is te lezen in Genesis 6 t/m 10.

De zonde bleef
Noach was een godvrezende man en vond daardoor genade bij de Heer. Toch was Noach ook een zondaar. We staan schuldig voor God door wat Adam heeft gedaan, maar ook door wat wij zelf doen. Want ons eigen denken en doen is verweven met de zonde. Zoals Paulus dat eens omschreef: Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik (Romeinen 7:19). David zegt in Psalm 51: 11: Sluit Uw ogen voor mijn zonden en doe heel mijn schuld teniet. De zonde staat als een schuld in tussen God en ons.

Signalen van herstel
De mens was en is niet bij machte om de woede van God over de zonde weg te nemen en de schuld te vereffenen. God nam echter Zelf het initiatief. In het oude testament vinden we verschillende heenwijzingen naar een definitieve oplossing. Wij, die nu leven, kunnen terugkijkend verklaren wat God in die heenwijzingen bedoelde. Een indrukwekkend voorbeeld is de opdracht die Abraham kreeg om zijn zoon Isaak te offeren. Abraham ging op weg, maar onderweg vroeg Isaak hem: waar is het lam voor het offer? (Genesis22:7). Genesis 22:8: Abraham antwoordde: ‘God zal Zich Zelf van een offerlam voorzien, mijn jongen.’ Dat Lam is Jezus, de Zoon van God, van Wie Johannes zei: De volgende dag zag hij (Johannes) Jezus naar zich toe komen, en hij zei: ‘Daar is het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt.

Jezus Christus
Jezus is de Zoon van God, Hij is samen met God de Vader en de Heilige Geest de drieënige God. God stuurde zijn Zoon naar de aarde en werd, geboren uit de maagd Maria, mens onder de mensen. Jezus was dus zowel God als mens. Hij was gekomen om de straf over de zonde van de mensheid te dragen. Hij kon dat volbrengen omdat Hij God was, maar moest daarvoor ook mens zijn. Hij droeg de straf in Zijn lijdensweg op aarde, die uitliep op de kruisdood. Op de derde dag stond Hij op uit het graf. Hij had de dood overwonnen. Na veertig dagen ging Hij terug naar de hemel, waar Hij nog steeds is. Jezus heeft nu alle macht in hemel en op aarde en is daar ook om onze plaats in de hemel veilig te stellen voor als wij sterven. Johannes 3:16,17: Want God had de wereld zo lief dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. God heeft Zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door Hem te redden.

Het voorbeeld van de steen
Dat is allemaal maar moeilijk te begrijpen. Dat komt onder andere omdat wij niet kunnen peilen hoe groot Gods toorn en teleurstelling over de zonden van de mensheid was en is. Soms helpt het om een voorbeeld te gebruiken. Stel je Gods toorn eens voor als een heel grote steen, die op de mensheid drukt. Veel mensen ervaren die druk en staan met hun handen omhoog om de steen omhoog te houden. Dit is echter niet vol te houden. Er zijn ook mensen die de steen niet zien en geen idee hebben wat hen letterlijk boven het hoofd hangt. En weer anderen willen het niet weten en doen alsof die steen er niet is.

En dan komt Jezus. Hij gaat midden onder de steen staan en tilt hem hoger op. Als Zoon van God heeft Hij de kracht om dat te doen. Vervolgens roept Hij de mensen op om onder de steen vandaan te gaan. De volgelingen van Jezus gaan onder de steen vandaan en worden zo gered. Degenen die niet luisteren blijven onder de toorn van God. Jezus waarschuwt hen dat Hij eens onder de steen vandaan zal stappen en dat de steen hen dan zal verpletteren. Ook de christenen roepen uit alle macht naar degenen die nog onder de steen zijn. Nog steeds komen er mensen onder de steen vandaan en worden gered. Een aantal blijft echter achter en gaat hun ondergang tegemoet.

De ondergang
Zoals zo vaak met voorbeelden gaat ook dit voorbeeld mank. Dit voorbeeld suggereert dat de ongelovigen uiteindelijk zullen worden verpletterd. Het betekent in dit geval dat de toorn van God hen zal treffen. Want aan het eind van de tijd moeten allen voor de rechterstoel van Christus verschijnen, zodat ieder van ons krijgt wat hij verdient voor wat hij in zijn leven heeft gedaan, of het nu goed is of slecht (2 Korintiërs 5:10). Filippenzen 3:18,19: Ik heb u al vaak gezegd, en zeg nu zelfs met tranen in mijn ogen: velen leven als vijand van het kruis van Christus en gaan hun ondergang tegemoet. Hun god is hun buik, hun eer is schaamteloosheid en hun aandacht is alleen gericht op aardse zaken.

2 Tessalonicenzen 1:6-9: God is inderdaad rechtvaardig: Hij zal uw onderdrukkers straffen met onderdrukking en u, die nu onderdrukt wordt, samen met ons van alle last bevrijden wanneer Jezus, de Heer, vanuit de hemel verschijnt. Dan komt Hij in een vlammend vuur en omringd door engelen, door wie Hij Zijn macht manifesteert; dan straft Hij hen die God niet erkennen en het evangelie van onze Heer Jezus niet gehoorzamen. Ze zullen voor eeuwig worden verstoten, ver van de Heer en van Zijn kracht en majesteit. Voor eeuwig verstoten: dat betekent dat het ook voor hen na de dood niet is afgelopen. Maar zij zullen eeuwig verder leven zonder God, in de Bijbel ook wel “de dood” genoemd. Dat is het ergste dat een mens kan overkomen. Maar dat is niet wat God graag wil: 1 Tessalonicenzen 5:9: Want Gods bedoeling met ons is niet dat wij veroordeeld worden, maar dat wij gered worden door onze Heer Jezus Christus.

Geloof gevraagd
Jezus heeft de straf gedragen die ons mensen toekwam. Door het geloof in Hem rust de toorn van God niet meer op ons. Jesaja 53:5: Om onze zonden werd Hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd Hij getuchtigd, Zijn striemen brachten ons genezing. Bovendien heeft Hij de dood overwonnen en zullen wij door het geloof eens opstaan uit ons graf, zoals Jezus ook opstond. 1 Korintiërs 15:54: En wanneer dit vergankelijke lichaam is bekleed met het onvergankelijke, dit sterfelijke met het onsterfelijke, zal wat geschreven staat in vervulling gaan: De dood is opgeslokt en overwonnen. En ja, ook wij zullen Jezus eens volgen naar de hemel. 1 Petrus 1:4: Er wacht u, die door Gods kracht wordt beschermd omdat u gelooft, in de hemel een onvergankelijke, ongerepte erfenis die nooit verwelkt.

Geniet van het leven
We kunnen streven naar een rechtvaardige samenleving hier op aarde, maar dat zal ons uit eigen kracht nooit lukken. In deze wereld zal de volmaaktheid nooit worden bereikt. Ondanks de tijdelijkheid en de uitzichtloosheid van het leven hier op aarde, mogen we door het geloof in Jezus van ons leven genieten. De tijdelijkheid op aarde heeft een eeuwige glans gekregen en er is weer uitzicht. Er is, om met de titel van een boek te spreken, “uitzicht uit het dode dal”. Romeinen 6:22,23: Maar nu, bevrijd van de zonde en in dienst van God, oogst u toewijding aan Hem en zelfs het eeuwige leven. Het loon van de zonde is de dood, maar het geschenk van God is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Heer.
| Sites | Verantwoording | Sitemap |