Home | Overwegingen
Vrouwen in touw

Een lopende discussie
De positie van de vrouw binnen de christelijke gemeente is vaak onderwerp van discussie. Is er voor de vrouw een ondergeschikte en beperkte rol weggelegd? We willen hier nader bij stilstaan en we laten de Bijbel eerst zelf aan het Woord.

God maakte de mens als man en vrouw
Genesis 2 : 18: God, de HEER, dacht: Het is niet goed dat de mens alleen is, Ik zal een helper voor hem maken die bij hem past.
Genesis 2 : 22,23: Uit de rib die Hij bij de mens had weggenomen, bouwde God, de HEER, een vrouw en Hij bracht haar bij de mens. Toen riep de mens uit: eindelijk één gelijk aan mij, mijn eigen gebeente, mijn eigen vlees, één die zal heten: vrouw, één uit een man gebouwd.
Genesis 1 : 27: God schiep de mens als Zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep Hij de mensen.
Uit bovenstaande teksten leiden wij af dat man en vrouw naast elkaar staan. En ze passen bij elkaar, hoewel (misschien wel: juist omdat) ze niet hetzelfde zijn.

De gevolgen van de zondeval
Door de zondeval is de verhouding tussen de man en de vrouw veranderd. In Genesis 3 : 16 staat: Tegen de vrouw zei Hij (God): Je zwangerschap maak Ik tot een zware last, zwoegen zul je als je baart. Je zult je man begeren, en hij zal over je heersen. Dit vers is een onderdeel van het oordeel dat God over de wereld uitspreekt. De mens heeft geluisterd naar de duivel in plaats van naar God. Als gevolg daarvan is de aarde veranderd van een vredelievend paradijs in een oorlogsgebied. De verhouding tussen man en vrouw is dramatisch veranderd. De vele echtscheidingen tegenwoordig, zijn voor een deel te verklaren uit de veranderde verhouding tussen man en vrouw.

En toch heeft God dit niet gewild. Hij wil nog steeds een wereld waarin man en vrouw weer naast elkaar komen te staan. De heerszucht van de man over de vrouw en de onvermijdelijke onderdanigheid van de vrouw ten opzichte van de man hebben alles te maken met het leven in de zonde en in deze zondige wereld. Hoe minder wij in de zonde leven hoe meer man en vrouw weer naast elkaar komen te staan.

Andere klanken
In 1 Korintiërs 11 vermaant Paulus vrouwen die hun hoofd niet bedekken als zij bidden. Hij gebruikt de schande, de scheppingsvolgorde en de natuur als argumenten. In 1 Korintiërs 7 heeft Paulus over het huwelijk gesproken en hij spreekt vanaf nu over de positie van de vrouw binnen de gemeente. Paulus lijkt hier weer de toon van Genesis 3 aan te slaan. Hij grijpt terug op het oordeel van God over de verhouding tussen man en vrouw.

We laten Paulus eerst aan het woord komen in 1 Korintiërs 11 : 3 t/m 15: Ik moet u echter nog het volgende zeggen. Christus is het Hoofd van de man, de man het hoofd van de vrouw en God het Hoofd van Christus. Iedere man die met bedekt hoofd bidt of profeteert, maakt zijn hoofd te schande. Maar een vrouw maakt haar hoofd te schande wanneer ze met onbedekt hoofd bidt of profeteert, want ze is in dat geval precies hetzelfde als een kaalgeschoren vrouw. Een vrouw die haar hoofd niet bedekt, kan zich maar beter laten kaalknippen. Wanneer ze dat een schande vindt, moet ze haar hoofd bedekken.

Een man mag zijn hoofd niet bedekken omdat hij Gods beeld en luister is. De vrouw is echter de luister van de man. (De man is immers niet uit de vrouw voortgekomen, maar de vrouw uit de man; en de man is niet omwille van de vrouw geschapen, maar de vrouw omwille van de man.) Daarom, en omwille van de engelen, moet een vrouw zeggenschap over haar hoofd hebben.

Echter, in hun verbondenheid met de Heer is de vrouw niets zonder de man, en ook de man niets zonder de vrouw. Want zoals de vrouw uit de man is voortgekomen, zo bestaat de man door de vrouw – en alles is ontstaan uit God. Oordeelt u daarom zelf. Is het gepast dat een vrouw met onbedekt hoofd tot God bidt? Leert de natuur zelf u niet dat lang haar een man te schande maakt, terwijl het een vrouw tot eer strekt? Het haar van de vrouw is haar gegeven om een hoofdbedekking te dragen.


Terug in de tijd?
Het gezag dat Paulus en ook Petrus aan de man toekennen, en waaraan de vrouw ondergeschikt zou moeten zijn, roept de tekening op van de verhouding tussen man en vrouw in een zondige wereld. Het klinkt als een herhaling van het oordeel van God. Meer nog, want het gaat hier niet alleen over de relatie tussen man en vrouw, maar ook over de positie van de vrouw binnen de gemeente. Paulus zet de vrouwen op afstand, maar het is Paulus zelf die zijn eigen woorden relativeert:

Stelling Tegenstelling
1 Korintiërs 11 : 8:
De man is immers niet uit de vrouw voortgekomen, maar de vrouw uit de man.
1 Korintiërs 11 : 12:
Want zoals de vrouw uit de man is voortgekomen, zo bestaat de man door de vrouw.
1 Korintiërs 11 : 11:
De vrouw is niets zonder de man.
1 Korintiërs 11 : 11:
De man is niets zonder de vrouw.
1 Korintiërs 14 : 34:
Vrouwen moeten ..... zwijgen ..... zoals ook in de wet staat.
2 Korintiërs 3 : 6:
Niet het verbond van een geschreven wet, maar dat van zijn Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.
Efeziërs 5 : 22:
Vrouwen, erken het gezag van uw man als dat van de Heer.
Efeziërs 5 : 21:
Aanvaard elkaars gezag uit eerbied voor Christus.

Dat is nog niet alles. Paulus laat zelf al merken dat dit het laatste woord niet kan zijn. Vanaf vers 11 begint hij man en vrouw weer naast elkaar te zetten, beginnend met het woordje “Echter”: Echter, in hun verbondenheid met de Heer is de vrouw niets zonder de man, en ook de man niets zonder de vrouw, waarna hij in vers 13 zegt: Oordeelt u daarom zelf. Dat betekent zoveel als: nou ja, u moet het zelf maar beoordelen. Hij lijkt daarmee zijn stellige uitspraken van even daarvoor nu te relativeren. Dit hoofdstuk vraagt daarmee om een vervolg, om een oplossing.

De oplossing
En dan is het weer Paulus zelf die ons de oplossing aanreikt in het volgende hoofdstuk. Laten we hem eerst aan het woord komen in 1 Korintiërs 12 : 4 t/m 14: Er zijn verschillende gaven, maar er is één Geest; er zijn verschillende dienende taken, maar er is één Heer; er zijn verschillende uitingen van bijzondere kracht, maar het is één God Die ze allemaal en bij iedereen teweegbrengt. In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente.

Aan de een wordt door de Geest het verkondigen van wijsheid geschonken, aan de ander door diezelfde Geest het overdragen van kennis; de een ontvangt van de Geest een groot geloof, de ander de gave om te genezen. En weer anderen de kracht om wonderen te verrichten, om te profeteren, om te onderscheiden wat wel en wat niet van de Geest afkomstig is, om in klanktaal te spreken of om uit te leggen wat daar de betekenis van is. Al deze gaven worden geschonken door een en dezelfde Geest, die ze aan iedereen afzonderlijk toebedeelt zoals hij wil.

Een lichaam is een eenheid die uit vele delen bestaat; ondanks hun veelheid vormen al die delen samen één lichaam. Zo is het ook met het lichaam van Christus. Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden, wij zijn allen van één Geest doordrenkt, of we nu uit het Joodse volk of uit een ander volk afkomstig zijn, of we nu slaven of vrije mensen zijn. Immers, een lichaam bestaat niet uit één deel, maar uit vele.


Met dit hoofdstuk geeft Paulus de oplossing voor zijn eigen woorden van 1 Korintiërs 11. In 1 Korintiërs 12 leert Paulus ons over de gaven van de Heilige Geest en het lichaam van Christus (de gemeente), dat uit vele verschillende delen bestaat. De gaven en het lichaam hebben alles met elkaar te maken. Als leden van het lichaam van Christus hebben wij allemaal gaven gekregen, die wij mogen gebruiken tot eer van God. Dat kan alleen lukken in de kracht van de Heilige Geest. Het is niet zo dat er voor vrouwen andere gaven zijn dan voor mannen. Misschien dat sommige gaven beter bij mannen zullen passen en andere gaven weer beter bij vrouwen. Maar dit is geen richtlijn, hooguit een constatering achteraf.

Leven door de Geest
In dit hoofdstuk van de Geest staan mannen en vrouwen opeens weer naast elkaar. In 1 Korintiërs 14 : 34 zal Paulus nog gaan zeggen dat vrouwen moeten zwijgen, omdat dit in de wet staat. Maar in 2 Korintiërs 3 : 6 zal Paulus gaan concluderen: Niet het verbond van een geschreven wet, maar dat van zijn Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.
  • In 1 Korintiërs 11 typeert Paulus het leven van de gemeente onder de wet, in een zondige wereld. Vers 3: Christus is het Hoofd van de man, de man het hoofd van de vrouw. De man staat hier nog tussen Christus en de vrouw in.
  • In 1 Korintiërs 12 typeert Paulus het leven van de gemeente door de Geest van God. Vers 5: er zijn verschillende dienende taken, maar er is één Heer. Nu staan man en vrouw weer naast elkaar en beiden rechtstreeks onder Christus.
Deze twee hoofdstukken (1 Korintiërs 11 en 1 Korintiërs 12) lijken tegengesteld aan elkaar. Dat is niet zo vreemd, want het leven onder de wet is compleet anders dan het leven door de Geest. Maar het leven door de Geest biedt de oplossing voor alle wettische vraagstukken. Al schrijvend leidt Paulus de gemeente, van het leven onder de wet, naar het leven door de Geest.

Jezus en de vrouwen
Jezus liet tijdens Zijn rondwandeling op aarde zien dat het mogelijk is, dat er vrede komt in het oorlogsgebied waarin wij leven. Daarvoor was Hij op aarde gekomen. Hij liet dit onder andere zien doordat Hij de vrouwen weer naast de mannen zette. Jezus ging gewoon om met vrouwen, zoals Hij ook met mannen omging. Lucas 10 : 40, 41: Maar Marta werd helemaal in beslag genomen door de zorg voor haar gasten. Ze ging naar Jezus toe en zei: Heer, kan het U niet schelen dat mijn zuster mij al het werk alleen laat doen? Zeg tegen haar dat ze mij moet helpen. De Heer zei tegen haar: Marta, Marta, je bent zo bezorgd en je maakt je veel te druk. Jezus sprak en converseerde met vrouwen. Jezus heeft laten zien dat vrouwen en mannen voor Hem even belangrijk zijn en op gelijke wijze deel kunnen krijgen aan het Koninkrijk van God.

Zodra wij de wet inruilen voor de Geest, staan man en vrouw opeens weer naast elkaar. En daar moeten wij ons, als nieuw-testamentische gemeente, die in de Geest wil leven, naar richten. Dan vallen de problemen die er in bepaalde kerkgenootschappen zijn met betrekking tot de positie van de vrouw in de gemeente, helemaal weg.

In protestantse kring zijn er drie bijzondere ambten: predikant, ouderling en diaken. Traditioneel worden deze ambten ingevuld door mannen. Dit is ingegeven door het spreken van met name Paulus in 1 Korintiërs 11. Luisteren wij naar 1 Korintiërs 12, dan doen wij de gemeente en Christus tekort, door de vrouwen van deze ambten uit te sluiten. De vraag is alleen, wie de gaven heeft voor de betreffende ambten. Dat kunnen zowel mannen zijn als vrouwen.

Toch nog even terug naar Paulus die ook richtlijnen verstrekt voor de ambten. Zo lezen we in 1 Timoteüs 3 : 1 t/m 5: Als iemand opziener wil worden, is dat een eerzaam streven. Een opziener moet onberispelijk zijn. Hij kan slechts de man van één vrouw zijn en hij moet sober, bezonnen, gematigd, gastvrij en een goede leraar zijn. Hij mag niet te veel drinken of driftig zijn, maar hij moet vredelievend en vriendelijk zijn, en niet geldzuchtig. Hij moet zijn huisgezin goed leiden en op een waardige manier gezag over zijn kinderen uitoefenen. Als iemand geen leiding kan geven aan zijn huisgezin, hoe zou hij dan voor de gemeente van God kunnen zorgen? Een opziener noemen wij een ouderling. Zo zijn er ook richtlijnen voor de diaken, in het vervolg van hetzelfde hoofdstuk.

Bekijken we de richtlijnen voor de bijzondere ambten door de bril van 1 Korintiërs 11, dan vallen alle vrouwen af. Maar bekijken wij ze door de bril van 1 Korintiërs 12, dan doen alle vrouwen mee. En ik denk dat het onze opdracht is om dat laatste te doen. Want we zijn gemeente in de kracht van de Heilige Geest.

Vrouwen, een verrijking
Vrouwen in de gemeente: wat zou het goed zijn als we hen de ruimte geven om hun gaven in te zetten voor al het werk dat er in de gemeente te doen is, inclusief de bijzondere ambten. Het werk van kerkeraden en ambtelijke vergaderingen zal daardoor geweldig kunnen worden verrijkt. Waarom zou een vrouw in de gemeente geen roeping kunnen hebben voor een bijzonder ambt? Roeping heeft alles te maken met de gaven die iemand gekregen heeft en de overtuiging dat God wil dat wij die gaven inzetten tot eer van Hem.

Hoewel vrouwen dezelfde gaven kunnen hebben als mannen, zijn ze toch anders. Een vrouw moet wel vrouw blijven en zich niet als een man gaan gedragen. Dat is ook iets dat wij uit de tijd van Paulus kunnen leren. Paulus wil dat de vrouw volledig vrouw blijft. Vrouwen denken anders en hebben andere gevoelswaarden dan mannen. Daardoor kunnen zij de mannen tot hulp zijn. Sommige kerkelijke problemen zijn moeilijk oplosbaar. Misschien komt dit wel mede doordat daaraan uitsluitend mannen-denkwerk ten grondslag ligt. Genesis 2 : 18: God, de HEER, dacht: Het is niet goed dat de mens alleen is, Ik zal een helper voor hem maken die bij hem past. Laten we die helper de ruimte geven, ook in de gemeente.
| Sites | Verantwoording | Sitemap |